Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Provinciale infrastructuur, wegen en vaarwegen

De provincie is eigenaar en beheerder van de provinciale infrastructuur. Deze infrastructuur bestaat uit de volgende objecten:

Wegen (525 km)

 
  • Verhardingen

Rijbanen (450 ha), rotondes (54 ha), kruisingen (55 ha), parallelwegen (63 ha), fiets- en voetpaden (131 ha)

  • Vaste kunstwerken

Vaste bruggen (230), viaducten (59), tunnels (92), duikers (167)

  • Bermen en groen

Grasbermen (1.080 ha), bomen (37.000), beplanting (110 ha), bermsloten (160 ha)

  • Verkeer- en vervoervoorzieningen

Verkeersborden (38.000), verkeersregelinstallaties (122), verkeersmonitoring, route-informatie

   

Vaarwegen (141 km inclusief vaarweg door open water)

  • Oevers

Damwanden met deksloof (75 km), zetsteenglooiingen (140 km), oevers met stads uiterlijk (20 km), natuurvriendelijke oevers (2 km)

  • Beweegbare kunstwerken

Beweegbare bruggen (67), sluizen (6)

  • Vaarwegbodems

Vaarwegbodems (611 ha)

  • Nautische voorzieningen

Brugbediening, remmingswerken (58), wachtplaatsen (348)

Bedrijfsvoering

Gladheidsbestrijding, gebouwen en steunpunten, voer- en vaartuigen, juridisch beheer en overige bedrijfsvoering

Bron: areaalgegevens provincie, telling 1 januari 2014

Beleidskader

In de Nota Onderhoud kapitaalgoederen 2012-2015 (deel infrastructuur Wegen en Vaarwegen) is het beleidskader vastgelegd voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen, inclusief civiele kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader leidt tot een bestendige situatie waarin de infrastructuur wordt onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteit tegen minimale kosten. Het provinciale beleid voor het beheer en onderhoud is uitgewerkt in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015. Het maatschappelijk belang van de infrastructuur staat hierin centraal. Vanuit de functie van de infrastructuur wordt bepaald of beheer en onderhoud noodzakelijk is. Ook vindt de uitvoering van maatregelen op een traject zo veel mogelijk geclusterd plaats en wordt afgestemd met andere beheerders om de hinder voor de gebruiker te beperken en de beschikbaarheid te maximaliseren. Dit resulteert in een systematiek met planmatig onderhoud en een structurele, integrale en trajectgewijze aanpak. Hierbij wordt uitgegaan van een basiskwaliteitsniveau: een sober en doelmatig minimaal niveau, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving en vastgesteld provinciaal beleid.

In 2014 is het eerste Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO) opgesteld. Het MPO is de doorontwikkeling van de Nota Budgetbehoefte 2012-2015. Het doel van het MPO is om de beheerlasten van de provinciale infrastructuur voor de komende 30 jaar zichtbaar te maken. Het kaderbesluit infrastructuur bevat voorstellen om deze meerjaren ontwikkeling zo nodig bij te sturen. De totale budgetbehoefte is berekend op een basiskwaliteitsniveau en op basis van de huidige functie van de infrastructuurobjecten. De kosten voor het beheer van het provinciale netwerk zijn bepaald voor de hele levensduur, het ‘eeuwigdurend onderhoud’ (ontwerplevensduur), waarbij dagelijks beheer en onderhoud, grootschalig onderhoud en vervangingen zijn meegenomen.

Grootschalig onderhoud en vervangingen worden alleen uitgevoerd als dat aantoonbaar nodig is. Daarvoor worden periodieke inspecties en conditiemetingen uitgevoerd en wordt in trajectstudies nader onderzoek gedaan. Voor een termijn van drie jaar vooruit worden de noodzakelijke projecten gedefinieerd. De werkelijke jaarlijkse budgetbehoefte vertoont hierdoor afwijkingen (pieken en dalen) van de gemiddelde budgetbehoefte gebaseerd op normkosten. De normkosten gaan immers uit van een perfect gelijkmatige leeftijdsopbouw, onderhoudsstaat en onderhoudsbehoefte van het areaal. Het programmamanagement is erop gericht de som van de kosten van alle projecten binnen de toegekende dekkingsbronnen te houden. Het programmamanagement brengt een rangorde naar prioriteit aan tussen projecten en in maatregelen binnen projecten. Door bij pieken in de budgetbehoefte alleen uitvoering te geven aan maatregelen en projecten met een hoge prioriteit worden de lasten in de tijd gespreid en wordt de werkelijke budgetbehoefte afgevlakt naar het niveau van de gemiddelde normkosten zonder dat hiermee achterstanden in onderhoud ontstaan en de functionele kwaliteit onder het afgesproken niveau komt.

Echter, tegenvallers bij de uitvoering en samenwerking en afstemming met andere partijen (wegbeheerders) kunnen tot vertraging leiden en daarmee tot het doorschuiven van het budget. Gezien dit grillige patroon bestaat er behoefte aan het kunnen egaliseren van de jaarlijkse budgetten. Bij de vaststelling van de uitbreiding van het procedureel kader voor nieuwbouw, beheer en onderhoud van provinciale infrastructuur (juni 2014) is besloten op basis van het Meerjarenprogramma Onderhoud in de provinciale begroting van 2016 een voorziening/egalisatiereserve voor beheer en onderhoud te vormen om deze schommelingen op te vangen.

Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur is in het Hoofdlijnenakkoord voor de collegeperiode 2012-2015 in totaal € 24,0 mln extra uitgetrokken. Naast de extra impuls is een taakstelling aan de organisatie opgelegd van € 5,0 mln exploitatiemiddelen in het kader Focus met Ambitie (taakstelling formatie, inhuur en VAT-kosten). Door reductie van de VAT-kosten (efficiënter werken) heeft deze taakstelling niet tot nieuwe achterstanden geleid. De extra impuls van € 24,0 mln voor het budget van beheer en onderhoud is ingezet om de aanwezige achterstanden in het onderhoud van wegen, vaarwegen en civiele kunstwerken weg te werken. Naar verwachting is de onderhoudsachterstand in 2016 ingelopen.

Sinds 2007 worden alle wegtrajecten volgens de cyclus van planmatig onderhoud aangepakt. Met de trajectgewijze aanpak is niet alleen een inhaalslag gemaakt met het onderhoud van de verhardingen, maar ook de bijbehorende kunstwerken. In 2016 heeft het programma Wegen de eerste volledige cyclus afgerond. Al het areaal is volledig geïnspecteerd en naar het gewenste onderhoudsniveau gebracht. Bij de vaarwegen is de vervanging en het onderhoud van slechte oevers (op basis van conditiemeting 2011, conform NEN2767) versneld uitgevoerd. Uit onderzoek blijkt ook de kwaliteit van de vaste en beweegbare civiele kunstwerken beter dan in 2010 werd voorzien bij het opstellen van de Nota Budgetbehoefte 2012-2015.

Het groot onderhoud bij kunstwerken is gericht op verlenging van de levensduur waarmee vervanging kan worden uitgesteld. Vervanging wordt zo veel als mogelijk gecombineerd met functionele verbeteringen, die als ambitie worden meegenomen in het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI).

Meerjarenonderhoudsplan

Op basis van de systematiek van planmatig onderhoud met een structurele integrale, trajectgewijze aanpak zijn 128 trajecten gedefinieerd (op basis van impact op de omgeving, complexiteit en doelmatigheid): 10 vaarweg-trajecten en 118 wegtrajecten. De beheercyclus is voor wegen eens in de zes jaar en voor vaarwegen eens in de tien jaar. In trajectstudies wordt gericht onderzoek gedaan om de noodzakelijke maatregelen te bepalen. De meeste projecten zijn meerjarig gepland. Het MPO Wegen en Vaarwegen 2015-2018 is onderdeel van de begroting en wordt jaarlijks geactualiseerd.

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd in doel 2.1, Zorg voor de kwaliteit provinciale infrastructuur. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De budgetten voor functionele verbeteringen aan bestaande infrastructuur zijn opgenomen in het MPI (doel 2.2).

Meerjarig lastenbudget en investeringen voor beheer en onderhoud wegen en vaarwegen (exclusief kapitaal- en apparaatslasten)

(bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

Onderhoud vaarwegen

10.445

10.545

10.545

10.545

Onderhoud wegen

43.761

49.161

49.761

51.861

Totaal exploitatieuitgaven

54.206*

59.706

60.306

62.406

         

Totaal te activeren investeringen

39.399

46.944

37.505

45.445

* Dit is inclusief de bijdrage vanuit de OVP (€ 8,1 mln) ter dekking van de incidentele extra beheerlasten in 2015.

Recreatiegebieden

Algemeen

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buiten-stedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. Daarnaast heeft de provincie een deel van de recreatiegebieden in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG’s). De PRG’s beslaan, conform de Nota Uitgangspunten Overdracht PRG’s (2013), 670 ha verspreid over 26 gebieden. Deze PRG’s liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

Beleid

De door Provinciale Staten vastgestelde Beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel recreatie) vormt het beleidskader voor de rol, functie en het prijs-, kwaliteits- en onderhoudsniveau van de provinciale recreatiegebieden (PRG’s). Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden en de functionele kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Als zodanig wordt voorkomen dat er achterstallig onderhoud optreedt waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt om dit in te lopen of dat er door achterstallig onderhoud schadeclaims ontstaan.

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en besloten het beheer van de PRG’s over te dragen aan gemeenten of private partijen. Vanuit het programma ‘Toekomstig Beheer Recreatiegebieden’ wordt gewerkt aan de overdracht van de PRG’s 2014-2017. De overdracht van PRG’s wordt in een breder kader geplaatst van besprekingen over het verhogen van de recreatieve kwaliteit in regionale groengebieden.

In 2014 zijn drie gebieden daadwerkelijk overgedragen. Volgens planning van de overdracht van diverse provinciale recreatiegebieden, worden in de tweede helft van 2014 met doorloop in 2015 gebieden rondom Leiden overgedragen, waaronder het Valkenburgse Meer en de Klinkenbergerplas. Dit alles conform de intentieverklaring die op 14 juli 2014 is getekend door de provincie en de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Teylingen en Kaag en Braassem. In de tweede helft van 2014 worden ook voorbereidingen getroffen voor de overdracht van provinciale recreatiegebieden in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. De feitelijke overdracht van die gebieden vindt naar verwachting plaats in 2015 en 2016.

Meerjarenplan

De afgelopen jaren wordt in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Dit heeft geresulteerd in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Meerjaren Programma Provinciale Recreatiegebieden 2008-2013 (De basis op orde). Deze is niet meer geactualiseerd, vanwege de voorgenomen overdracht van de recreatiegebieden aan andere partijen. Wel is voor het Vlietland, als grootste PRG, die op middellange termijn zal worden overgedragen, een beheerplan inclusief meerjarenonderhoudsplan opgesteld. De kosten worden gedekt vanuit het reguliere budget.

Het terreinbeheermodel (TBM) is de basis waarop de kosten van het beheer zijn berekend. Er wordt beheerd op het niveau van Schoon, Heel en Veilig. Voor de PRG’s, die voorlopig nog in eigendom blijven, wordt jaarlijks bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het volgende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft ook een meerjarendoorkijk, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRG’s.

Voor Vervangingsinvesteringen zijn geen voorzieningen getroffen.

Financiële aspecten

Het beleid is gericht op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale recreatiegebieden

(bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

Onderhoud provinciale recreatie­gebieden (regulier + groot onderhoud)

1.687

1.687

1.687

1.687

Vervangingsinvesteringen

0

0

0

0

De afkoopsommen voor beheer en onderhoud, zoals die aan gebiedspartijen worden verstrekt bij de overdracht van PRG’s, worden gefinancierd uit het Uitvoeringsprogramma Groen. De door overdracht van PRG’s bereikte jaarlijkse besparing op onderhoud en beheer PRG’s zal, wanneer geëffectueerd, worden ingezet als dekking voor de overeengekomen jaarlijkse provinciale beheerbijdragen aan de nieuw ingerichte recreatiegebieden Bentwoud, Duivenvoorde Corridor, Ruyven en Bieslandse Bos. De verwachting is dat 2015 een overgangsjaar wordt qua beheer van de provinciale recreatiegebieden in de Leidse regio. De besparing op onderhoud en beheer zal daarom niet meteen per 1 januari 2015 geëffectueerd worden.

Gebouwen

Algemeen

De provincie Zuid-Holland heeft verschillende soorten gebouwen in beheer en onderhoud. Een deel van de gebouwen is eigendom en een deel is gehuurd. Het betreft kantoorpanden alsmede bedieningscentrales, brug- en sluiswachtershuisjes, dienstwoningen en molens.

Beleid

Provinciale Staten hebben in 2011 de Nota Onderhoud kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015, vastgesteld. Beleidsuitgangspunt was hierbij dat een sober en doelmatig kwaliteitsniveau conform NEN-normering op het wettelijk minimum, conditieniveau 3 wordt gehanteerd. In uitwerking op deze nota hebben Gedeputeerde Staten in 2012 het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 voor planmatig beheer en onderhoud vastgesteld. Een belangrijk onderdeel is het inzichtelijk hebben van een meerjarenonderhoudsplan. Het ‘Beheerplan Gebouwen’ wordt elke vier jaar geactualiseerd.

In 2010 is besloten om het provinciehuis aan te passen naar de moderne eisen van deze tijd. De vastgestelde Strategische HuisvestingsVisie (SHV) 2010-2014 heeft dan ook als doel om de medewerkers te ondersteunen onder meer op het gebied van resultaatgericht werken en flexibiliteit. Een nieuwe inrichting van de bouwdelen A en B door middel van een flexibel kantoorconcept vastgesteld in samenhang met een digitale infrastructuur (onder andere plaatsonafhankelijke PC, telefoon en Wi-Fi) en het Nieuwe Werken (houding en gedrag). Uitwerking van het Bestuursgebouw (bouwdeel C) vindt op een later moment plaats.

Meerjarenplan

Het beheer en onderhoud van de gebouwen is vooral gericht op functionaliteit, het garanderen van veiligheid en het op peil houden van de staat van onderhoud van de gebouwen. Vanwege de samenloop met de SHV is destijds een 'nulmeting' voor het onderhoud van het provinciehuis gedaan. Doelstelling van deze nulmeting was de huidige en gewenste staat (conditie) van de gebouwen te bepalen en een prognose te maken in welk jaar de bouwkundige en installatietechnische elementen vervangen en/of gerenoveerd moeten worden. In 2014 worden de in de nulmeting geraamde bedragen van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd naar de huidige maatstaven.

In samenhang met de uitvoering van de SHV dient met name in bouwdeel C van het provinciehuis gerenoveerd te worden. Het is de bedoeling om uitvoering van het (groot)onderhoud gelijktijdig te laten plaats vinden. Om dit onderhoud medio 2015/2016 uit te voeren wordt thans een plan hiervoor uitgewerkt. Deze meerjarige onderhoudskosten dienen in de exploitatie te worden opgenomen. In 2015 zal over de hoogte van de geraamde onderhoudskosten meer bekend zijn.

Verder is in het beheer van het provinciaal vastgoed het aantal leverancierscontracten van 180 teruggebracht tot 10 leveranciers door middel van raamcontracten. Na een Europese Aanbesteding is in 2014 een contract met een marktpartij afgesloten voor het Gebouwgebonden Onderhoud en Beheer voor de komende periode van 4 jaar.

Financiële aspecten

De kosten voor groot onderhoud moeten in de jaarlijkse vastgoedexploitatie worden opgenomen conform het BBV. Dit heeft in het verleden geleid tot pieken in de exploitatielasten. Na het actualiseren van het MJOP zal onderzocht worden of met het instellen van een voorziening groot onderhoud een stabielere situatie kan ontstaan. Dit kan gevolgen hebben voor de verdeling van de budgetten en meerjarige effecten op de exploitatiebegroting. De gevolgen zullen voor het eerst tot uiting komen in de Begroting 2016.

Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale gebouwen

(bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

Investeringsuitgaven gebouwen

9.372.000

4.497.000

9.782.000

2.910.000

Exploitatie regulier onderhoud gebouwen programma 7

900.000

900.000

900.000

900.000

Exploitatie regulier onderhoud gebouwen programma 2

185.000

185.000

185.000

185.000

Totaal

10.457.000

5.582.000

10.867.000

3.995.000

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2015.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2015.

Weg- en vaarweginfrastructuur

De provincie is eigenaar en beheerder van de provinciale infrastructuur. Deze infrastructuur bestaat uit de volgende objecten:

Wegen (525 km)

 
  • Verhardingen

Rijbanen (450 ha), rotondes (54 ha), kruisingen (55 ha), parallelwegen (63 ha), fiets- en voetpaden (131 ha)

  • Vaste kunstwerken

Vaste bruggen (230), viaducten (59), tunnels (92), duikers (167)

  • Bermen en groen

Grasbermen (1.080 ha), bomen (37.000), beplanting (110 ha), bermsloten (160 ha)

  • Verkeer- en vervoervoorzieningen

Verkeersborden (38.000), verkeersregelinstallaties (122), verkeersmonitoring, routeinformatie

   

Vaarwegen (141 km inclusief vaarweg door open water)

  • Oevers

Damwanden met deksloof (75 km), zetsteenglooiingen (140 km), oevers met stads uiterlijk (20 km), natuurvriendelijke oevers (2 km)

  • Beweegbare kunstwerken

Beweegbare bruggen (67), sluizen (6)

  • Vaarwegbodems

Vaarwegbodems (611 ha)

  • Nautische voorzieningen

Brugbediening, remmingswerken (58), wachtplaatsen (348)

Bedrijfsvoering

Gladheidsbestrijding, gebouwen en steunpunten, voer- en vaartuigen, juridisch beheer en overige bedrijfsvoering

<p >Bron: areaalgegevens provincie, telling 1 januari 2014

Beleid

In de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2012-2015 (deel infrastructuur Wegen en Vaarwegen) is het beleidskader vastgelegd voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen, inclusief civiele kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader betekent dat de infrastructuur wordt onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteit tegen minimale kosten. Hierbij wordt uitgegaan van een basiskwaliteitsniveau: een sober en doelmatig minimaal niveau, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving.

PS hebben in februari 2016 de looptijd van de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen (2012-2015) met twee jaar verlengd tot 2017 (Statenbesluit 6860). Hiermee wordt de actualisatie van de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen en de daarmee samenhangende actualisatie van de normkosten en budgetbehoefte voor beheer van het bestaande areaal in lijn gebracht met het door PS vastgestelde Uitbreiding procedureel kader voor nieuwbouw, beheer en onderhoud provinciale infrastructuur (Statenbesluit 6703).

In 2015 is het Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO), dat in 2014 voor het eerst is opgesteld, samen gegaan met het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI). Het geïntegreerde Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) geeft een compleet beeld van de voorziene uitgaven voor de bestaande en geplande provinciale infrastructuur over een termijn van 30 jaar. De totale budgetbehoefte is berekend op een basiskwaliteitsniveau en op basis van de huidige functie van de infrastructuurobjecten.

De kosten voor het beheer van het provinciale netwerk zijn bepaald voor de hele levensduur, het 'eeuwigdurend onderhoud' (ontwerplevensduur), waarbij dagelijks beheer en onderhoud, grootschalig onderhoud en vervangingen zijn meegenomen.

Het beleidskader is verder uitgewerkt in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015. Het maatschappelijk belang van de infrastructuur staat hierin centraal. Uitvoering van dit beleidskader leidt tot een bestendige situatie waarin de infrastructuur wordt onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteit tegen minimale kosten. Grootschalig onderhoud en vervangingen worden alleen uitgevoerd als dat aantoonbaar nodig is. Daarvoor worden periodieke inspecties en conditiemetingen uitgevoerd en wordt in trajectstudies nader onderzoek gedaan. Het groot onderhoud bij kunstwerken is gericht op verlenging van de levensduur waarmee vervanging kan worden uitgesteld. Vervanging wordt zo veel als mogelijk gecombineerd met functionele verbeteringen, die als ambitie worden meegenomen in het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI). Voor een termijn van drie jaar vooruit worden de noodzakelijke projecten gedefinieerd waarbij maatregelen op een traject zo veel mogelijk geclusterd worden uitgevoerd en zijn afgestemd met andere beheerders om de hinder voor de gebruiker te beperken en de beschikbaarheid te maximaliseren.

Beheer

Verspreid over het gehele areaal worden, waar nodig, diverse dagelijkse beheer- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het betreft onder meer: toezicht, inspectie en handhaving, juridisch beheer, bediening van bruggen, verkeersvoorzieningen (zoals bebording, meubilair, openbare verlichting en verkeerslichten), gladheidbestrijding, kleinschalig civieltechnisch onderhoud aan wegen, vaarwegen en kunstwerken, verwijderen van graffiti, groenonderhoud, exploitatie van steunpunten, vaartuigen, dienstvoertuigen en materieel.

Projecten

In 2015 is conform het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) planmatig onderhoud uitgevoerd aan de wegtrajecten:

  • N206 A Zoetermeer - Zoeterwoude-Dorp (km 1,76 - 9,4)

  • N206 C Leiden Transferium - Noordwijk-Binnen (km 15,0 - 24,1)

  • N207G Lisse-noord (km 58,9 - 59,3)

  • N211D Wateringen-A4 (km17,7-22,8)

  • N215 Plaatweg Melissant-Stellendam (km 7,8-12,2)

  • N216A Gorinchem-Goudriaan (km 0,4-7,6)

  • N218B Geervliet-Zwartewaal (km 5,1-11,5)

  • N441A Wassenaar-Katwijk (km 0,0-4,5)

  • N444A Oestgeest-A44 (km 0,0-2,0)

  • N458A Bodegraven-Nieuwerbrug (km 40,0-47,2)

  • N459A Reeuwijk-Bodegraven (km 3,5-6,9)

  • N462A Papenveer-Nieuwveen (km 0,0-2,4)

  • N463A Noorden - Woerdens Verlaat (km 2,2 - 6,9)

  • N473 A Delft - Delfgauw (km 0 - 2,7)

  • N475A Oudekerk aan de IJssel-N210 (km 0,0-3,30)

  • N491A Maasdam-Strijen (km 1,9-6,3)

  • N498A Oude Tonge-N215 (km 27,0-27,8)

De volgende wegen zijn niet in 2015 afgerond vanwege afstemming met de omgeving, bereikbaarheid, uitvoering in juiste seizoen en/of een langere voorbereidingstijd (planning 2016 en 2017):

  • N206B A4-Leiden (km 9,4 - 11,1)

  • N207B Gouda Julianasluis - Gouda A12 (km 17,0 - 22,0)

  • N209C A12/VeilingHazerswoude Dorp - Oude (km 13,9 – 21,0)

  • N213A Westerlee - Naaldwijk (km 4,9 - 7,2)

  • N464A Poeldijk – Wateringen (km 2,2-4,6)

In 2015 zijn conform PZI op diverse vaarwegtrajecten planmatig onderhoudsprojecten uitgevoerd. De projecten die afgerond zijn in 2015 zijn:

  • Vervanging oevers langs:

- traject 3: Korte Vlietkanaal, Oude Rijn (Katwijk)

- traject 4: Oude Rijn

- Oevers Sandtlaanbrug

- traject 9: Gouwe, oevers Boskoop

  • Baggeren traject 6 tot en met 9

  • Bochtverbreding Gouwesluis

  • Planmatig onderhoud hefbrug Gouwesluis / Keersluis

Onderstaand project is eerder afgerond dan in het PZI was voorzien

  • traject 2: het Rijn-Schiekanaal

Onderstaand project is niet afgerond in 2015 vanwege faillissement aannemer:

  • Vervanging oevers langs:

- traject 7: Aarkanaal (Nieuwveen) en traject 8: Oude Rijn (Bodegraven)

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd en verantwoord in doel 2.1, Zorg voor de kwaliteit provinciale infrastructuur. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

(bedragen x € 1.000)

Begroting stand NJN

Rekening

Saldo

Onderhoud vaarwegen

9.887

9.889

-2

Onderhoud wegen

46.383

41.826

4.557

Totaal exploitatie-uitgaven*

56.270

53.451

4.555

       

Totaal geactiveerde investeringen

19.946

12.617

7.329

* Dit is inclusief de bijdrage vanuit de OVP (€ 8,1 mln) ter dekking van de incidentele extra beheerlasten in 2015.

Het verschil tussen begroting en realisatie is voor de exploitatie-uitgaven verantwoord in doel 2.1, en voor de geactiveerde investeringen in de jaarrekening, onderdeel overzicht baten en lasten.

Recreatiegebieden

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en hebben zij besloten om in te zetten op overdracht van de provinciale recreatiegebieden aan gemeenten, terrein beherende organisaties of private partijen.

Sinds 2013 zijn diverse provinciale recreatiegebieden overgedragen. In voorbereiding zijn overdracht van Valkenburgse Meer, Ruyven, Leidschendammerhout en Vogelplas Starrevaart en gebieden in de Alblasserwaard. Naar verwachting zal de overdracht in beheer en eigendom van het provinciaal recreatiegebied Vlietland als laatste plaatsvinden. Voor het Vlietland, als grootste provinciaal recreatiegebied, is een actueel beheerplan inclusief meerjarenonderhoudsplan vastgesteld.

Totdat de gebieden worden overgedragen wordt een constante kwaliteit nagestreefd door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud. Daarbij is het terreinbeheermodel (TBM) de basis waarop de kosten van het beheer zijn berekend, net als bij de natuur- en recreatieschappen. Er wordt beheerd op het niveau van Schoon, Heel en Veilig. In de jaarlijkse lasten wordt naast het reguliere onderhoud ook rekening gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buitenstedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. De provincie heeft een deel van de recreatiegebieden zelf in eigendom en beheer. Dit zijn de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG's). Eind 2015 is het areaal van PRG's circa 550 ha, verspreid over 20 gebieden. De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha) en het Valkenburgse Meer (21 ha). Deze PRG's liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

1.687

1.877

-189

Gebouwen

Beleid

Gebouwen zijn kapitaal intensief en hebben een grote invloed zowel op het feitelijk functioneren van de medewerkers als op de beeldvorming van de provinciale organisatie. In de Strategische Huisvestingsvisie 2010-2014 zijn de ontwikkelingen op het gebied van werk, digitalisering en representatie meegenomen.

In december 2011 is door Provinciale Staten de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015 vastgesteld, met als beleidsuitgangspunt een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. In het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 zijn de beleidskaders nader uitgewerkt.

Beheer

Het beheer en onderhoud is planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis is uitgevoerd op basis van het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 en is uitgewerkt in een jaarlijks te actualiseren Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP).

Het MJOP voor het provinciehuis is geactualiseerd naar de huidige inzichten en prijsniveau 2015 en gecorrigeerd voor de periode 2015-2030. De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren en te optimaliseren. Het vormt mede de basis voor een (kosten) efficiënte aanpak van verbouwingen. Het MJOP is in 2015 vastgesteld.

De huisvestingsbehoefte van de provincie is veranderd, mede als gevolg van de reorganisatie Focus met Ambitie en het project Het Nieuwe Werken. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoor leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op.
Op basis van de Strategische Huisvestingsvisie 2010-2014 is een inrichtingsmodule ontwikkeld voor de invoering van het flexibel kantoorconcept in de bouwdelen A en B van het provinciehuis. In deze inrichtingsmodule is de interactie tussen het kantoorconcept (de fysieke insteek), de digitale infrastructuur en het concept Het Nieuwe Werken (houding en gedrag) samen gekomen. De verbouwingswerkzaamheden voor het flexibel kantoorconcept zijn in september 2014 gestart en in maart 2015 binnen tijd en budget opgeleverd.

De ruimtewinst die is ontstaan als gevolg van invoering van de Strategische Huisvestingsvisie is gebruikt om het extern gehuisveste organisatieonderdeel DBI -Dordrecht terug te plaatsen in het provinciehuis.

Onderhoud

In 2015 is de tuin romdom het provinciehuis aangepakt en weer voorzien van passende beplanting.

Naast de verbouwing en oplevering van A en B heeft er een verbouwing van D1 plaats gevonden.

In de garage zijn 3 oplaadpunten geplaatst voor elektrische auto's.

Op het binnenplein is nieuwe verlichting geplaatst.