Paragraaf Grondbeleid

Belang grondbeleid (functies) voor de provincie

Provinciale Staten hebben de basisprincipes van het provinciale grondbeleid vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2013. Het provinciaal grondbeleid onderkent vier basisprincipes:

  • grondbeleid is een middel om provinciale doelen te bereiken;

  • grondbeleid is marktconform;

  • grondbeleid wordt op een wijze uitgevoerd die de vastgoedmarkt niet verstoort;

  • grondbeleid is gericht op het behoud van waarde.

Op een aantal terreinen is de provincie direct verantwoordelijk voor de realisatie van plannen:

  • de aanleg van provinciale wegen, vaarwegen, fietspaden en openbaar vervoerverbindingen, de grijze doelen;

  • de realisatie van Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en recreatiegebieden, de groene doelen.

Voor wat betreft de realisatie van de groene doelen zal de provincie in 2015 zelf gronden aan- en verkopen en beheren. Tot 2014 werden deze taken in opdracht van de provincie uitgevoerd door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). Op basis van het Bestuursakkoord Grond (najaar 2013) is afgesproken dat deze taken van DLG/BBL zullen worden overgenomen. Het jaar 2014 is een overgangsjaar. In het navolgende zal hier nader op worden ingegaan.

Er is een onderscheid in aanpak van het grondbeleid tussen grijze en groene doelen. Voor de realisatie van de grijze doelen dient de provincie over alle gronden te beschikken en voert de provincie een actief grondbeleid: verwerven en in het uiterste geval onteigenen.

Voor de groene doelen is de focus gericht op het betrekken van grondeigenaren bij de realisatie van deze doelen en krijgen eigenaren ruimte om zelf te realiseren, vrijwel altijd met inzet van de daartoe beschikbare subsidiemiddelen. Uiteindelijk zal ook hier actieve grondverwerving en onteigening aan de orde kunnen zijn.

Een bijzonder onderdeel van het provinciaal groene grondbeleid betreft verkoop in het kader van het zogenaamde ‘grond-voor-grond beginsel’. De realisatie van de ecologische hoofdstructuur wordt voor een belangrijk deel gefinancierd uit de verkoop (of ruil) van voormalig BBL-bezit dat buiten de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt.

De provincie is verantwoordelijk voor de hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening/ontwikkeling, die is vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). Lokale overheden en regionale samenwerkingsverbanden zijn primair verantwoordelijk voor de realisatie, maar de provincie brengt partijen bij elkaar en bespreekt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en adviseert of denkt mee over de haalbaarheid en risicobeheersing.

De provincie kent subsidieprogramma’s voor ruimtelijke kwaliteit (zoals sanering verspreide glaslocaties) of milieu (zoals bodemsanering).

De provincie heeft er voor gekozen om maar beperkt direct betrokken te zijn bij risicodragende ontwikkelingen. Het betreft haar deelname in de Grondbank Zuidplas, de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden

(ROM-D) en de Ontwikkelingsmaatschappij Het Nieuwe Westland.

Provinciaal grondbeleid en risico's

Het provinciaal grondbeleid kent een drietal risico's:

  • Kostenbeheersingsrisico: de provincie koopt grond aan voor wegen en groen. Deze kosten worden tevoren geraamd en opgenomen in het door het bestuur vast te stellen budget en de uitvoeringsplanning. Tot dit risico behoort ook het tijdig beschikbaar hebben van de noodzakelijke grond.

  • (Grond)exploitatierisico: het risico dat gelopen wordt ten gevolge van vertraging of afstel van planrealisatie en/of tegenvallende opbrengsten uit verkoop van bouwgrond. Deze taak is altijd beperkt van omvang gebleven en werd in de afgelopen jaren steeds verder afgebouwd of ontvlochten.

  • Beleidsrisico: dit zijn risico's die verbonden zijn aan ingrijpende wijzigingen in het beleid, zoals bijvoorbeeld in de afgelopen jaren de ingrijpende wijzigingen in het beleid van het Rijk met betrekking tot de Ecologische Hoofdstructuur.

De provincie neemt maatregelen om risico's te beheersen. Een mogelijkheid om risico’s te beheersen is het delen van het risico met andere partijen of het geheel beleggen van het risico bij anderen. Is er sprake van een risico dat de provincie neemt, dan worden risico's benoemd en maatregelen getroffen. Dit vergt een gedegen kennis van markt en beleid. Maatregelen komen tot uitdrukking in uitvoeringsplanning en budgetbeheer en door het regelmatig monitoren van de risicofactoren. De provincie beschikt, net als andere overheden, over bijzondere instrumenten om plannen te realiseren en daarmee risico's te beheersen zoals onteigening en toepassing van het voorkeursrecht.

Uitvoering van het grondbeleid in 2015

Projecten

Op bijgaande kaart staan de belangrijkste projecten waaraan de provincie in 2015 een bijdrage zal leveren, verdeeld naar categorie.

Belangrijkste projecten 2015

Bron: Cartografie provincie Zuid-Holland.

Vervoersprojecten

Provinciale Staten hebben in 2013 besloten tot uitvoering van de RijnlandRoute, welke planologisch wordt uitgewerkt in een provinciaal inpassingsplan of een tracébesluit voor respectievelijk het provinciale en het rijksdeel van deze weg. De gesprekken in verband met de verwervingen zijn al eerder gestart op basis van een door Provinciale Staten daartoe genomen besluit.

Daarnaast wordt voor een groot aantal grote en kleine projecten in 2015 aangekocht; de belangrijkste zijn op bovenstaand kaartje aangegeven. De verwervingen voor Moordrechtboog/Extra Gouwekruising zijn in 2014 afgerond, waarvan een deel middels onteigeningen die in 2015 nog financieel moeten worden afgewikkeld.

Projecten Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Recreatie om de Stad (RodS)

In 2014 is gestart met overdragen van taken, medewerkers en middelen in het kader van EHS en RodS-realisatie aan de provincie en deze operatie zal naar huidige planning per 1 maart 2015 zijn afgerond.

Bij de taken gaat het om:

  • Verkopen van BBL-bezit buiten de EHS-begrenzing in het kader van het grond-voor-grondbeginsel en grondaankopen ter realisatie van de groene doelen: provincie verantwoordelijk met ingang van 1-1-2014.

  • Tijdelijk beheer: met name verpachten van gronden in afwachting van de beleidsrealisatie of verkoop: verantwoordelijkheid ligt met ingang van 1-1-2015 bij de provincie.

Met gemeenten zijn afspraken gemaakt over de realisatie en levering van de RodS-gronden.

Op basis van externe adviezen over de realisatie van PMR Buijtenland van Rhoon en van de Krimpenerwaard word de realisatiestrategie herijkt. Betrekken van en een rol geven aan de regio, eigenaren en andere belanghebbenden staat daarin voorop. In 2015 wordt een uitvoeringsovereenkomst met de regio verwacht voor de Krimpenerwaard. Aan een vergelijkbare overeenkomst wordt gewerkt voor Gouwe Wiericke. Deltanatuur is wat dat betreft een ander verhaal: dit project is al bijna afgerond.

De doorlevering van gronden aan TerreinBeherende Organisaties (TBO), waarbij niet alleen gedacht hoeft te worden aan de traditionele TBO’s, moet voldoen aan Europese regelgeving inzake staatssteun. Dit noopt tot een regeling van deze overdrachten die staatssteunproof is en alternatieve methoden voor beheer van natuur- en recreatieterreinen.

Grond-voor-grond

De verkoop van gronden in het kader van het grond-voor-grondbeginsel is in 2014 goed van de grond gekomen en heeft geleid tot versnelde opbrengstrealisatie ten behoeve van de EHS. In 2015 wordt de aanpak doorgezet, waarbij de provincie oog houdt voor het risico van marktverstoring en waar mogelijk zoekt naar versterking van de gebiedsprocessen.

Tijdelijk beheer voormalig BBL-bezit

Met ingang van 1 januari 2015 verpacht de provincie de zogenaamde BBL-gronden overeenkomstig de door Gedeputeerde Staten in juli 2014 vastgestelde kaders. De uitvraag aan belangstellenden heeft plaats in de tweede helft van het daaraan voorafgaande jaar. Bij verpachting speelt waardebehoud een belangrijke rol. Waar mogelijk wordt langer dan één jaar verpacht (tot maximaal vijf jaar). Bescheiden investeringen die bijdragen aan waardebehoud zijn mogelijk. Een deel van de gronden in tijdelijk beheer betreft al ingerichte natuur. Die lenen zich niet voor verpachting en dienen zo spoedig mogelijk te worden doorgeleverd aan een terreinbeherende organisatie.

Integrale Ruimtelijke Projecten (IRP) en verbonden partijen met grondexploitaties

Bij de meeste IRP's loopt de provincie geen grondexploitatierisico's. Alleen in de Zuidplaspolder is daarvan sprake als gevolg van de deelname van de provincie in de publieke Grondbank Zuidplas. De Grondbank heeft gronden aangekocht voor de ontwikkeling van de Zuidplas. De provincie heeft in 2013 een voorziening getroffen in verband met mogelijke verliezen op deze grondportefeuille.

Voorts neemt de provincie deel aan:

  • de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden (ROM-D);

  • de Ontwikkelingsmaatschappij Het Nieuwe Westland (ONW).

Beide participaties zijn publiek-private samenwerkingsverbanden. De provincie beoogt geen actieve rol in deze samenwerkingsverbanden en poogt haar risico voortvloeiend uit deze samenwerkingsverbanden zo veel mogelijk te beperken.

Strategisch bezit

Strategische aankopen worden gedaan als de provincie in de gelegenheid komt om onder gunstige voorwaarden grond aan te kopen die in de nabije toekomst nodig kunnen zijn. De provincie heeft daar tot op heden spaarzaam gebruik van gemaakt. Deze lijn zal in 2015 worden voortgezet.

Beheer en verkoop verspreid provinciaal bezit

De provincie is eigenaar van een behoorlijk aantal verspreid liggende gronden van meestal beperkte omvang. Vaak zijn ze mee gekocht voor een provinciaal doel. Deze zogenaamde overhoeken zijn incourante onbebouwde percelen, die niet (meer) van belang zijn voor de uitvoering van een provinciaal project of provinciale dienst en waarvan behoud om strategische redenen niet aan de orde is. Deze gronden worden zoveel mogelijk verkocht. De netto-opbrengst uit verkoop voor 2015 is begroot op € 0,5 mln. Indien dat niet mogelijk blijkt, worden deze onbebouwde percelen in huur of pacht uitgegeven. Door een meer marktconform verhuurbeleid verwacht de provincie een lichte toename van de opbrengst uit verhuur.

Overige grondposities

De provincie is eigenaar van de ondergrond van provinciale wegen en vaarwegen en van het provinciehuis. Deze gronden zijn dus onlosmakelijk verbonden met de functie van het gebouwde dat zich daarop bevindt. Op de grond voor wegen en vaarwegen wordt afgeschreven in overeenstemming met het vigerende afschrijvingsregime van wegen of vaarwegen in respectievelijk 30 of 40 jaar. Op de ondergrond van het provinciehuis wordt niet afgeschreven (op het bouwwerk zelf wel). Er is geen risico verbonden aan deze geactiveerde grondposities.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2015.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2015.

Inleiding

De belangrijkste ontwikkeling op het terrein van grondzaken betrof de overdracht van groene taken van het Rijk aan de provincie Zuid-Holland. Het gaat om aankopen, verkopen van grond met een natuurdoelstelling, verkopen van grond op de agrarische markt om geld te genereren voor de Ecologische Hoofd Structuur (EHS, tegenwoordig aangeduid als NNN; Natuur Netwerk Nederland) en tijdelijk beheren / verpachten. Deze toegevoegde activiteiten worden in deze paragraaf verantwoord, inclusief de grondprijsmonitor.

In 2015 heeft de provincie grondtaken overgenomen van de Dienst Landelijk Gebied die als rijksagentschap ophield te bestaan. De taken, gronden (ondergebracht bij het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL)), en middelen zijn volgens afspraak in 2014 overgedragen aan provincies en andere rijksorganen. Ook is met ingang van 1 maart 2015 een aantal medewerkers van de voormalige dienst geplaatst bij de provincie. Door de nieuwe taken zijn enkele organisatorische aanpassingen binnen de provincie noodzakelijk gebleken en die zijn in 2015 doorgevoerd. De gronden zijn in economische eigendom overgedragen aan de provincie en een groot deel daarvan is in 2015 ook in juridische zin eigendom van de provincie geworden. Dit laatste geldt ook voor de zogenaamde bufferzone gronden. De provincie verpacht een groot deel van de gronden, in afwachting van verkoop of inrichting.

Beleidskaders

Op het provinciaal grondbeleid zijn de beleidskaders van toepassing van de Nota Grondbeleid 2013-2017, die een marktconform grondbeleid en een 'level playing field' voorstaan. Tevens beoogt het provinciaal grondbeleid behoud van waarde van haar eigendommen door een goed beheer. Het provinciale grondbeleid is daarmee volledig in overeenstemming met wet- en regelgeving van het Rijk en de Europese Unie.

Realisatie verkeers- en vervoersprojecten

In 2015 hebben voor de realisatie van verkeers- en vervoersprojecten in totaal 64 grondtransacties plaatsgevonden; 32 aankopen, 8 verkopen, 3 ruilingen, 1 erfpacht, 3 erfdienstbaarheden en 17 regelingen van opstalrecht.

In 2015 zijn 3 cassatieberoepen op lopende gerechtelijke onteigeningen nog in procedure, 2 zijn er afgerond in 2015. Uiteindelijk wordt in 4 dossiers geprocedeerd over de hoogte van de schadeloosstelling. De overige dossiers zijn tijdens de procedure alsnog minnelijk afgerond. Er zijn 4 eindvonnissen gewezen in 2015 die hebben allemaal geleid tot onteigeningen.

In totaal is voor circa € 27,9 mln aangekocht en voor € 0,3 mln verkocht. Deze aan- en verkopen zijn begroot en gerealiseerd binnen de programma's van de beleidsdirecties.

RijnlandRoute.

Het grootste project binnen dit totaal betreft de RijnlandRoute. Na lange voorbereiding heeft in 2014 de provincie formeel besloten tot de aanleg van de RijnlandRoute, een gemeenschappelijk project van het Rijk en provincie Zuid-Holland. Provinciale Staten hebben Gedeputeerde Staten gevraagd om, vooruitlopend op deze definitieve besluitvorming, met betrokken grondeigenaren in overleg te treden en zo nodig te onderhandelen over versnelde aankoop. In 2015 is de administratieve onteigeningsprocedure gestart. Deze zal naar verwachting in het tweede kwartaal 2016 worden afgerond met drie Koninklijke Besluiten.

In 2015 zijn voor dit project 14 grondaankopen gedaan voor een bedrag van € 23,8 miljoen.

De belangrijkste projecten uitgelicht

De belangrijkste projecten in realisatie zijn in onderstaande kaart aangegeven. Deze kaart is gelijk aan de kaart zoals die is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid van de Begroting 2015. Niet alle projecten zijn aangegeven; omwille van de leesbaarheid zijn tal van kleinere projecten, zoals fietspaden of aanpassingen van rotondes, weggelaten.

De provinciale verwervingsportefeuille voor verkeer en vervoer heeft betrekking op de realisatie van de aanleg van provinciale infrastructuur (wegen, fietspaden en vaarwegen). In 2015 heeft de provincie daadwerkelijk ten behoeve van verkeersprojecten gronden verworven. In sommige gevallen is, net als in het verleden, meer grond verworven dan noodzakelijk was voor de geplande werken. Deze extra verwerving wordt gerealiseerd indien bijvoorbeeld het restant voor de eigenaar niet meer te exploiteren is of als door de aankoop van de extra gronden de totale verwerving wordt bespoedigd. Dit surplus aan gronden wordt zo spoedig mogelijk doorverkocht of geruild en ontvangen middelen vloeien terug naar het projectbudget.

De aankopen ten behoeve van verkeer- en vervoersprojecten in 2015 zijn verricht voor:

  1. RijnlandRoute € 23,8 mln

  2. N207 € 2,4 mln

  3. N222/N223 € 0,6 mln

  4. N444 € 0,9 mln

  5. Overige projecten €0,2 mln

De enige verkopen in het kader van verkeer- en vervoersprojecten in 2015 zijn verricht voor Parallelstructuur A12 (Moordrechtboog/Extra Gouwekruising): € 0,3 mln.

Tot slot wordt gemeld dat in verband met de aanleg van de Maximabrug te Alphen aan den Rijn het DBI-steunpunt Gnephoek is verkocht voor € 1,2 mln. Dit bedrag wordt aangewend voor een nieuw vervangend steunpunt te Alphen aan den Rijn.

Deelname in verbonden partijen met grondposities

Grondbank Zuidplas

De (gemeenschappelijke regeling) grondbank Zuidplas is het stallingsbedrijf van de strategische grondposities in het project Zuidplas. De bank richt zich uitsluitend op beheer en uitname van (reeds) verworven gronden. Hiervoor wordt in plaats van een aankoopstrategiekader jaarlijks een uitnamestrategiekader vastgesteld. De provincie is middels haar aandeel van 40% in de gemeenschappelijke regeling Grondbank Zuidplas, mede-eigenaar van gronden die in de afgelopen jaren zijn gekocht ten behoeve van de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Als gevolg van de vastgoedcrisis zijn de ambities bijgesteld. De eerder getroffen voorziening en maatregelen om het hierdoor ontstane verlies binnen de Grondbank te compenseren, zijn in 2015 voldoende gebleken. Deelnemers dragen jaarlijks de rentelasten van de uitstaande leningen, voor de provincie bedraagt dit € 1,7 mln.

Ontwikkelingsmaatschappij Nieuwe Westland (ONW)

Tevens participeert de provincie in de Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland (ONW). Dit is een publiek-privaat samenwerkingsverband (CV/BV). Ingetreden met de andere partners in het ONW heeft de provincie haar aandelen in het stemrecht gevende deel van de samenwerkingsconstructie aan de gemeente Westland overgedragen en is teruggetreden als actief bestuurder van de ONW. Haar participatie als stille vennoot in de ONW heeft de provincie behouden. Het risico is gemaximeerd tot haar aandelenkapitaal in de ONW.

Strategische aankopen

In 2015 hebben geen strategische grondaankopen plaatsgevonden. De provincie is terughoudend met het doen van strategische aankopen in verband met de daaraan verbonden risico's.

Natuur en recreatie

Realisatie beleidsopgave NatuurNetwerk Nederland (NNN voorheen EHS (Ecologische Hoofdstructuur)) en Recreatie om de Stad (RodS)

Voor de realisatie van de NNN en RodS zijn in 2015 diverse gronden aangekocht voor een totaalwaarde van

€ 12,2 mln. De aankopen betroffen:

  • bufferzonegronden van het Rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) voor € 4 mln

  • aankopen in het gebied Cromstrijen (gemeente Numansdorp) voor € 3,3 mln

  • aankopen in het gebied Deltanatuur (voor natuurcompensatie Tweede Maasvlakte) voor € 3 mln

  • aankopen in het gebied Ruijven voor € 1,4 mln

  • aankopen in het gebied Krimpenerwaard voor € 0,3 mln.

Grond-voor-Grond: verkopen

De provincie verkoopt een deel van haar gronden aan derden om middelen te genereren voor de realisatie van de NNN. Dit wordt Grond-voor-Grond (GvG) genoemd. De gronden die hiervoor in aanmerking komen, zijn de gronden gelegen buiten de begrenzing van NNN of RodS. In de periode tot 2027 moet circa € 96 mln netto aan opbrengsten (= € 120 mlnbruto - € 24 mln kosten en marktrisico) worden gerealiseerd.

In 2015 is in totaal € 5,7 mln gegenereerd uit verkoop van gronden en € 1 mln op basis van verleende windrechten. De opbrengst van € 6,7 mln komt ten gunste van de realisatie van de NNN. De totale verkoopraming voor 2015 bedroeg € 12,2 mln. Het verschil wordt verklaard doordat een complexe verkoop van grond in het gebied Cromstrijen van in totaal € 6,9 mln meer tijd kost. De verkoop (onderdeel van een omvangrijke grondruil) zal nu volgens planning begin 2016 plaats vinden.

Grond-voor-Grond en groene grond: tijdelijk beheer

De provincie heeft circa 270 pachtcontracten in geliberaliseerde pacht uitgegeven. De verpachte gronden liggen overwegend in gebied dat in het kader van Grond-voor-Grond in de komende jaren op de markt zal worden gezet. Voor gronden binnen de beleidsbegrenzing wordt rekening gehouden met de toekomstige bestemming en inrichting van het gebied door beperkende pachtvoorwaarden.

In 2015 is een netto opbrengst gegenereerd van € 0,9 mln.

Monitor Grond-voor-Grond

De verkoopplanning van Grond-voor-Grond is gebaseerd op de veronderstelling dat een verkooptempo van circa 300 ha agrarische grond per jaar niet zal leiden tot verstoring van de marktprijs. De effecten worden gemonitord.

1. Realisatie en Prognose verkoop Grond-voor-Grond

In juni 2014 heeft het college van Gedeputeerde Staten ingestemd met de notitie “Verkoop BBL oud bezit” waarin een planning van het te verkopen areaal tot 2027 is opgenomen. Zoals onder Grond-voor-Grond is aangegeven, is deze planning in 2015 niet geheel gehaald. Dit is veroorzaakt door de complexiteit van een grondverkoop in Cromstrijen. Er is geen reden om de planning bij te stellen; de kleinere opbrengst in 2015 kan worden gecompenseerd in 2016.

2. Beoordeling van mogelijke marktprijsverstoring

De te verkopen gronden zijn allemaal in 2014 gewaardeerd en worden volgens het provinciale grondbeleid marktconform op de markt gezet. Ten opzichte van 2014 zijn de agrarische grondprijzen voor grasland in 2015 gestegen met gemiddeld 15%. Deze grondprijsstijging is ook terug te vinden in de stijging van de gemiddelde gerealiseerde opbrengst van Grond-voor-Grond in 2015. De gemiddelde gerealiseerde opbrengst in 2015 bedroeg € 5,40 ten opzichte van een corresponderende raming prijspeil 2014 van € 4,70. Er is dus geen sprake van marktverstoring.

3. Conclusie

Uitgedrukt in gerealiseerde prijzen per m2 heeft de opbrengst van Grond-voor-Grond de marktontwikkeling gevolgd. Het achterblijven van de totale opbrengst is veroorzaakt door vertraging in een complexe transactie die doorloopt tot in 2016. Er is geen reden om de planning van Grond-voor-Grond te wijzigen.

Voor vertragen is geen reden, omdat de markt het huidige tempo goed kan opnemen. Versnellen is op dit moment evenmin aan de orde, omdat nogal wat grond “vast zit” in gebiedsprocessen (beklemde grond).

De ontwikkeling van agrarische grondprijzen is gunstig voor de opbrengsten in het kader van Grond-voor-Grond, maar vanzelfsprekend ongunstig voor de kostenontwikkeling van de realisatie van NNN.

Verkoop provinciale recreatiegebieden

In 2015 is gesproken met (gemeenten in) de Leidse regio over overdracht van provinciale recreatiegebieden. Daadwerkelijk zijn in 2015 drie gebieden overgedragen. Het gaat om de gebieden Klinkerbergerplas (Oegstgeest), Kagerzoom (Leiden/Teylingen) en Ghoybos (Kaag en Braassem). Het totale verkoopbedrag bedroeg € 2,1 mln.

750 ha PMR (project Buijtenland van Rhoon)

Naast de realisatie van de Tweede Maasvlakte heeft het convenant Project Mainport Rotterdam (PMR) de doelstelling om het leefklimaat rond Rotterdam te versterken door de realisatie van 750 ha groene recreatie- en natuurgebieden. In dat kader is de provincie verantwoordelijk voor het Buijtenland van Rhoon, dat met een grootte van circa 600 ha het grootste deel van de opgave vertegenwoordigt.

Over de realisatie heeft de Commissie Veerman geadviseerd. Onderdeel van het advies is om de mogelijkheid te onderzoeken de ontwikkeling van het gebied in handen te geven van een gebiedscoöperatie, waarin lokale grondeigenaren / ondernemers die aan deze gebiedsontwikkeling willen deelnemen, zich verenigen. Grondeigenaren kunnen er ook voor kiezen hun bedrijf elders voort te zetten en in onderhandeling te gaan met de provincie over aankoop. Dit heeft in 2015 geleid tot de aankoop van 59,2 ha grond voor in totaal € 6,1 mln.

Beheer en verkoop van verspreid bezit

De provincie beschikt over verspreide eigendommen die kunnen worden verkocht als ze geen nut meer hebben voor de provinciale dienst én niet van strategisch belang zijn met het oog op gebiedsontwikkeling. Veelal betreft het kleinere stukjes grond die alleen interessant zijn voor eigenaren van aangrenzende percelen. Daarom is gekozen voor een vraaggericht verkoopbeleid. Zodra een eigenaar van een aangrenzend perceel belangstelling toont voor een perceel wordt bekeken of verkoop mogelijk is en onder welke voorwaarden tot verkoop kan worden overgegaan. In 2015 is 25 transacties verspreid bezit verkocht, dit leverde een baat op van € 0,4 mln. Voor zover verkoop niet mogelijk of opportuun is, verhuurt of verpacht de provincie vastgoed. De opbrengsten daaruit bedroegen in 2015 circa € 0,3 mln.

In een rechtszaak over gronden aan de Zijdeweg te Wassenaar is de provincie door de Rechtbank in het gelijk gesteld, maar in hoger beroep door het Gerechtshof in het ongelijk. Hierdoor diende de provincie € 0,2 mln terug te betalen. De opbrengst uit verkoop kwam uiteindelijk uit op € 0,2 mln.

Verkoop van voormalige steunpunten en dienstwoningen

Het aantal steunpunten van de Dienst Beheer Infrastructuur wordt verminderd. Hierdoor komen onroerende zaken vrij die op de markt worden gebracht. De meeste zijn inmiddels verkocht. In 2015 heeft geen verkoop plaatsgevonden ten gunste van de algemene middelen.

In 2015 heeft de verkoop van één dienstwoning plaatsgevonden ten bedrage van € 0,3 mln. De provincie heeft nog drie dienstwoningen in eigendom, die verkocht worden op het moment dat de woningen vrij van huur zijn.