Paragraaf Financiering

Inleiding

De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het Treasurystatuut en de Financiële Verordening zijn een leidraad voor de inrichting van de financieringsfunctie. Bij de inrichting van de financieringsfunctie staan beheersing van het rente- en debiteurenrisico centraal.

Ontwikkelingen

De liquiditeitsprognose verschaft het inzicht in de verwachte omvang van de kasstromen. Voorgenomen investeringen in relatie tot de bestaande beschikbaarheid van reserves en voorzieningen zijn van invloed op de financieringsstructuur van de provincie. De financieringspositie van de provincie is onderhevig aan wijzigingen als gevolg van achterblijvende investeringen, waardoor tijdelijk sprake is van een overschot aan beschikbare middelen. De lopende investeringsagenda in combinatie met het vermogen van de provincie leidt op termijn tot een externe financieringsbehoefte.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een door de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.

Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voorts wordt de omvang van de kasgeldlimiet, zijnde 7%, vastgesteld bij ministeriële regeling. Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Op basis van de huidige cijfers voldoet de provincie aan de kasgeldlimietnorm.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet dienen leningen met een oorspronkelijke looptijd van korter dan een jaar in beschouwing te worden genomen.

Kasgeldlimiet 2015

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Q1

Q2

Q2

Q3

1

Toegestane kasgeldlimiet

       
 

In % van de grondslag

7%

7%

7%

7%

 

In bedrag

49.129

49.129

49.129

49.129

2

Vlottende schuld

-

-

-

-

3

Vlottende middelen

-145.862

-103.597

-61.332

-19.067

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

4

Netto vlottende schuld (+)/

Overschot vlottende middelen (-) (2 - 3)

-145.862

-103.597

-61.332

-19.067

5

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

194.991

152.726

110.461

68.196

Renterisico

Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de langlopende leningen in enig jaar moet worden geherfinancierd. De wet stelt criteria voor de berekening van het risico op de vaste schulden, zoals deze zijn vastgelegd in de definitie van de renterisiconorm. Door middel van deze norm wordt een kader gesteld waarmee een zodanige opbouw van de langlopende leningen wordt bereikt, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.

Bij de afweging om over te gaan tot het afdekken van het renterisico zullen de jaarlijks bij Voorjaarsnota bijgestelde inzichten ten aanzien van onderuitputting van de begroting worden betrokken. Afgaande op het gerealiseerde investeringsverloop zal in het begrotingsjaar overgegaan worden tot het aangaan van aanvullende leningen ter afdekking van het renterisico.

Renterisiconorm 2015

Renterisico op de vaste schuld (bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

0

0

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

0

0

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

0

0

0

5

Betaalde aflossingen

35.225

34.158

34.158

34.158

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

0

0

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2+6)

0

0

0

0

Renterisiconorm

 

 

 

 

8

Stand van de vaste schuld per 1 januari

505.094

469.869

435.711

401.553

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld %

20%

20%

20%

20%

Toets renterisiconorm

 

 

 

 

10

Renterisiconorm (op basis van begrotingstotaal)

140.368

140.368

140.368

140.368

7

Renterisico op de vaste schuld

0

0

0

0

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10-7)

140.368

140.368

140.368

140.368

Rentebaten en -lasten

In 2015 bedragen de renteverplichtingen uit hoofde van afgesloten vaste leningen € 22,6 mln. De tijdelijke liquiditeitsoverschotten leiden in 2015 naar verwachting tot renteopbrengsten van < € 0,1 mln. De structureel beschikbare korte termijn-liquiditeiten zullen gedurende 2015 geleidelijk verder afnemen.

Kredietrisico

Conform de Wet Fido dienen uitzettingen uit hoofde van de treasury-taak te worden verricht conform de bepalingen van het verplicht schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. Het kredietrisico dat hiermee samenhangt is gelijk aan het risico op de Nederlandse staat.

Kredietverlening uit hoofde van publieke taak

In februari 2004 is door Provinciale Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening

ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). De standen ultimo 2014 belopen respectievelijk € 0,7 mln en € 0,5 mln.

Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen.

De leningen kennen vanwege hun achtergestelde karakter en de kwaliteit van de debiteur een hoog kredietrisico. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen is het kredietrisico als beperkt te typeren. Voorts zijn beheersmaatregelen getroffen voor het beperken van dit risico. De omroepen brengen viermaandelijks financieel verslag uit van hun activiteiten.

Externe ontwikkelingen

Schatkistbankieren

Door wijziging van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen tegen marktconforme rente[5]in de schatkist aan te houden. Deze regeling trad per 31 december 2013 in werking. Het doel van de deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren is om de EMU-schuld van de collectieve sector te verlagen. De decentrale overheden krijgen geen beschikking over een leenfaciliteit bij de schatkist.

Economisch beeld [6]

De Nederlandse economie groeit naar verwachting in 2015 met 1¼%. Dit houdt mede verband met de groei van de wereldeconomie. De inflatie in Nederland is laag. Het risico op deflatie blijft aanwezig, hoewel de Europese Centrale Bank heeft aangegeven dat zij alle beschikbare middelen zal inzetten om verdere daling van de inflatie tegen te gaan. De arbeidsmarkt reageert met enige vertraging op het herstel waardoor pas op termijn de werkloosheid licht zal dalen.

Rentevisie

De tarieven in de geld- en kapitaalmarkt bevinden zich op een historisch laag niveau. De algemene verwachting is dat de korte-termijntarieven zich gedurende 2015 op het huidige niveau zullen handhaven. De 10-jaars tarieven zullen naar het zich laat aanzien een stijging van circa 0,5% vertonen.

De rente van schatkistbankieren is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten.
Bron: Thésor, Rabobank, NV Bank Nederlandse Gemeenten, CPB.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2015.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2015.

Inleiding

De paragraaf geeft aan hoe de provincie Zuid-Holland haar activiteiten financiert (financieringsbehoefte) en wat de gevolgen hiervan zijn, namelijk de rente en de financieringsrisico's (rente- en kredietrisico's). Een leidraad voor de sturing en de beheersing van de financieringen is het treasurystatuut.

Financieringsbehoefte

Er was in 2015 geen behoefte om nieuwe leningen aan te trekken ter dekking van (nieuwe) investeringen. In 2015 vonden in overeenstemming met de contractuele bepalingen aflossingen plaats op de bestaande vaste leningen voor een totaalbedrag van € 35,2 mln. Hierdoor is de stand geldleningen per ultimo jaar 2015 € 469,9 mln. Het aandeel langlopende schulden op het balanstotaal bedraagt 31%.

De tijdelijk overtollige middelen zijn conform regeling Schatkistbankieren ondergebracht bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Het kredietrisico van de tijdelijke overtollige middelen is gelijk aan het risico op de Nederlandse staat. Gedurende het jaar was sprake van een fluctuerend verloop van de omvang van de liquiditeiten, mede als gevolg van de vertraging die ontstond van de voorgenomen investeringen. Onderstaand worden de standen van de saldi bij de schatkist weergegeven telkens aan het eind van de iedere maand.

Grafiek Schatkistbankieren x € 1 mln

Rente

Bij het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen wordt de regeling Schatkistbankieren gevolgd. De rente kan conform de regeling Schatkistbankieren niet negatief zijn. Gedurende 2015 is de rente bij de schatkist 0%.

De rentekosten uit hoofde van de vaste leningen bedragen € 22,4 mln. De totale rentekosten in 2015 bedragen 3% van de totale inkomsten. De wet Fido heeft normen opgenomen om grote fluctuaties van de rente (lees renterisico's) te vermijden. Dit zijn de kasgeldlimiet voor de korte termijn en de renterisconorm voor de lange termijn.

Kasgeldlimiet

De norm van de toegestane omvang van de kasgelden is de bij Wet Fido bepaalde kasgeldlimiet. De limiet is een bedrag ter grootte van 7% van de jaarbegroting van de provincie bij aanvang van het verslagjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal dient de kasgeldlimiet niet te overschrijden, in onderstaande tabel wordt de ruimte onder de kasgeldlimiet weergegeven. Hieruit blijkt dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet zijn alle korte termijnleningen met een looptijd van korter dan een jaar in beschouwing genomen. In het onderstaande overzicht is aangegeven dat de provincie voldoet aan het kasgeldlimiet.

Toets kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddelde netto-vlottende schuld (+)/gemiddeld overschot vlottende middelen

-282.185

-243.113

-319.222

-350.520

Toegestane kasgeldlimiet

48.537

48.537

48.537

48.537

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

330.722

291.651

367.760

399.057

Renterisiconorm

Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. De renterisiconorm voor de provincie Zuid-Holland heeft betrekking op 20% van het totaal lastbudget van de oorspronkelijke begroting. In het onderstaande overzicht is aangegeven dat de provincie voldoet aan de renterisiconorm

Renterisiconorm 2015

Renterisico op vaste schuld

(bedragen x € 1.000)

2015

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a - 1b)

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b)

0

5

Betaalde aflossingen

35.225

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2 + 6)

0

Renterisiconorm

8

Begrotingstotaal per 1 januari

693.393

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage

20%

10

Renterisiconorm

138.679

Toets renterisiconorm

10

Renterisiconorm

138.679

7

Renterisico op vaste schuld

0

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10 - 7)

138.679

Leningen uit hoofde publieke taak

In februari 2004 is door Provinciale Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). Voor omroep West bedraagt de resterende aflossingstermijn € 0,25 mln (per 1 juli 2016). Voor Omroep RTV Rijnmond bedragen de twee resterende aflossingstermijnen in totaal € 0,28 mln (per 1 juli 2016 en per 1 juli 2017).

Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen is het kredietrisico voor de resterende aflossingen in 2016 en 2017 als beperkt te typeren. De financiële positie en liquiditeitspositie van de regionale omroepen worden door middel van periodieke rapportages gemonitord.

Door de transitie van de DLG zijn twee leningen van de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland op basis van een overeenkomst uit 2012 geëffectueerd. De lening aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een oorspronkelijke hoofdsom van € 1.083.333. De lening aan de gemeente Lansingerland heeft een oorspronkelijke hoofdsom van € 2.816.667. Beide leningen hebben een looptijd tot het jaar 2024.