Programma 4 Bestuur en Samenleving

Wat willen we bereiken?

De bestuurlijke verhoudingen in Nederland zijn in de afgelopen periode gewijzigd. Decentralisaties en bestuursakkoorden hebben er toe geleid dat de provincie een helderder profiel heeft gekregen met duidelijk omschreven kerntaken. Op de terreinen ruimte, natuur, regionale economie en mobiliteit is de provinciale rol versterkt. Tegelijkertijd zijn er plannen geweest voor de opschaling van provincies en bijbehorend takenpakket en is het Rijk voornemens om de plusregio’s af te schaffen. In de Randstad moeten daarvoor in de plaats twee vervoerregio’s worden gevormd. Hoe de vervoerregio’s er uit komen te zien, is op dit moment nog onbekend.

De provincie zet zich actief in voor krachtige, slagvaardige en robuuste gemeenten die de lokale taken en regionale opgaven goed kunnen oppakken. Het Hoofdlijnenakkoord staat onveranderd overeind; er is geen aanpassing nodig. Wat echter noodzakelijk blijkt, is een aanmerkelijk (pro)actiever uitvoering ervan dan bij het opstellen van het akkoord was voorzien. Er is een koers ingezet met betrekking tot de bestuurlijke inrichting van Zuid-Holland. Ook in 2015 zal met gemeenten en andere bestuurlijke partners hierover gesproken worden. In dit kader zullen Gedeputeerde Staten initiatieven voor regionale bestuurskrachtonderzoeken en evaluaties van de regionale samenwerking blijven ondersteunen. Ook bijdragen aan gezamenlijk met de gemeenten in te stellen externe onderzoekscommissies en aan procesbegeleiding van discussies over de bestuurlijke toekomst van gemeenten behoren tot de mogelijkheden.

Als ontwikkeling zien we dat gemeenten steeds meer gaan samenwerken in grotere samenwerkingsverbanden, al dan niet geformaliseerd in bestaande of nieuwe gemeenschappelijke regelingen. De provincie wil dit actief bevorderen en faciliteren. Dit vereist een steeds intensiever contact met gemeenten, maar ook met ondernemers en maatschappelijk middenveld. Ook de samenwerking met ministeries als Binnenlandse Zaken wordt daarin geïntensiveerd om zoveel mogelijk een coalition of the willing te vormen. Naast deze actieve bevordering faciliteert de provincie, waar gewenst, steeds meer de gesprekken tussen bestuurders en ambtenaren van gemeenten en organiseert de provincie daartoe workshops en congressen.

Ten aanzien van onze wettelijke toezichtsverantwoordelijkheid (interbestuurlijk en financieel toezicht) willen wij dit sober en proportioneel uitvoeren, uitgaande van de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten en een goede werking van de eigen democratische controle door de raden (horizontaal toezicht). Echter maken de ontwikkelingen in het sociaal domein (de drie decentralisaties) naast aanhoudende bezuinigingen en de problematiek met de grondexploitaties dat op onderdelen wordt ingezet op intensiever toezicht met als doel het handhaven van begrotingsevenwicht. Toezicht op het archiefbeheer en het informatiebeheer van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en waterschappen voeren wij eveneens sober en proportioneel uit.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2015

2016

2017

2018

4.2.a

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat wettelijk verplichte gemeentelijke taken uitvoert conform de wet

57%

(41)

80%

85%

90%

95%

4.2.b

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten, dat valt onder regime repressief financieel toezicht, exclusief gemeenten in Arhi- procedures

95%

95%

90%

90%

90%

Toelichting Effectindicatoren

4.2.a: In 2012 hebben Gedeputeerde Staten zes taakgebieden benoemd waarop de provincie actief informatie gaat verzamelen over de wettelijke taakuitoefening door gemeenten. De selectie van wetten is gemaakt op basis van de uitgangspunten dat er sprake moet zijn van een reëel risico op niet-naleving door een gemeente, en dat dit niet-naleven kan resulteren in een grote maatschappelijke impact. Het gaat om de taakgebieden: financiën, ruimtelijke ordening, huisvesting verblijfsgerechtigden, omgevingsrecht/Wabo, externe veiligheid en archief- en informatiebeheer. Het percentage is het percentage gemeenten waar de taakuitoefening op alle zes taakgebieden op orde is. Het getal 41 betreft 57% van het aantal Zuid-Hollandse gemeenten in 2012. Het percentage van 2015 is tot stand gekomen op basis van bij de provincie beschikbare kennis en is conform het te verwachten percentage zoals opgenomen in de begroting. Het percentage kan enerzijds worden verklaard doordat het deels gaat om nieuwe gemeentelijke wettelijke taken die nog door gemeenten moeten worden opgepakt en derhalve nog laag scoren. Anderzijds was er sprake van achterstanden.

Voor de taakgebieden zijn eind 2013 bestuursovereenkomsten tussen de provincie en de gemeenten gesloten, waarin afspraken over de benodigde informatie inzake de uitoefening van de geselecteerde wettelijke taken door gemeenten zijn vermeld. Op basis daarvan is in het jaar 2014 voor het eerst een IBT (interbestuurlijk toezicht)-meting gehouden, gebaseerd op gegevens die door gemeenten zelf zijn aangeleverd. De verwachting is dat de bestuursovereenkomsten vanaf 2014 zullen bijdragen aan een sterker commitment bij gemeenten om de uitvoering van hun wettelijke taken conform de wet verder te verbeteren. Met als doel deze wettelijke taakbehartiging verder onderdeel te laten worden van de reguliere planning- en controlcyclus van de gemeenten (horizontale verantwoording tussen college en gemeenteraad). Dat neemt niet weg dat de verwachting is dat gemeenten nog een flinke stap zullen moeten zetten om de deels nieuwe taken goed op te pakken en achterstanden in te halen. Dat is tevens de reden waarom de percentages voor de jaren 2014-2016 neerwaarts zijn bijgesteld.

4.2.b: Om voor repressief toezicht in aanmerking te kunnen komen, dienen gemeenten een sluitende begroting te presenteren dan wel aannemelijk te maken dat de begroting binnen het meerjarenperspectief materieel in evenwicht komt. Vanwege de economische situatie verkeren ook de Zuid-Hollandse gemeenten in zwaar weer. Door de verwachte verdergaande tekorten op de grondexploitaties in combinatie met decentralisaties van verschillende rijkstaken, wordt ook 2015 weer een moeilijk jaar voor gemeenten. Door proactief signaleren, gemeenten te wijzen op trends en ontwikkelingen en hierover waar nodig bestuurlijk overleg te voeren, zijn gemeenten zich ervan bewust dat er tijdig keuzes gemaakt moeten worden. Hierdoor slagen gemeenten er veelal in om ondanks de grote opgaven wel een sluitende begroting en/of meerjarenperspectief te realiseren. Desondanks verwachten we dat meer gemeenten vanaf 2016 onder het preventieve toezichtregime gaan vallen en is vanaf dat jaar de streefwaarde van de effectindicator neerwaarts bijgesteld van 95% naar 90%.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2015

Realisatie 2015

4.2.a

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat wettelijk verplichte gemeentelijke taken uitvoert conform de wet

57%

(41)

80%

70%

4.2.b

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat valt onder regime repressief financieel toezicht, exclusief gemeenten in Arhi- procedures

95%

95%

97%

Verantwoording Effectindicatoren

4.2.a: Het doel is deels gerealiseerd. In 2015 hebben de provincie en de gemeenten voor de tweede maal invulling gegeven aan de uitwerking van de in de bestuursovereenkomst opgenomen afspraken.

De gemeenten hebben informatie aangeleverd voor een zestal taakgebieden: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht, informatie- en archiefbeheer, huisvesting vergunninghouders en de provinciale risicokaart. De provincie heeft deze gegevens beoordeeld, waarbij is gebleken dat er ten opzichte van 2014 sprake is van een positieve trend. Het realisatiepercentage is wel wat lager dan beoogd. De oorzaak hiervan is dat de realisatie van de opgaven inzake informatie- en archiefbeheer en omgevingsrecht meer tijd kosten dan voorzien. Uit de stijgende lijn blijkt dat de implementatie van de bestuursovereenkomst heeft bijgedragen aan een sterker commitment van gemeenten om de uitvoering van hun wettelijke taken verder te verbeteren.

4.2.b: Het beoogde doel is gehaald aangezien in 2015 twee van de 60 gemeenten in Zuid-Holland, te weten Delft en Lansingerland, onder preventief toezicht stonden. Voortvloeiende uit de Arhi-procedures is voor gemeenten Nissewaard en Krimpenerwaard, zoals gebruikelijk bij deze procedures, preventief toezicht op termijn van toepassing geweest.

In 2015 is veel aandacht besteed aan het voorkomen van preventief toezicht bij Zuid-Hollandse gemeenten. Dit is onder andere gedaan vanuit een tijdige en heldere kaderstelling maar ook door ambtelijk en bestuurlijk overleg te voeren met gemeenten. Bij gemeenten waar op basis van het financieel perspectief preventief toezicht dreigde, is aangegeven welke besluitvorming er nodig was om preventief toezicht te voorkomen.