Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

De provincie wil de kansen en kwaliteiten van bodem en ondergrond meer inzetten voor het realiseren van haar maatschappelijke opgaven, met voldoende aandacht voor de bescherming van intrinsieke waarden, én de bodem en ondergrond meer integraal meenemen in haar ruimtelijke processen. Dit is een uitvloeisel van het in 2009 met andere overheidspartijen gesloten ‘Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties (Bodemconvenant)’ waarin is afgesproken om een transitie in gang te zetten van bodemsaneringsbeleid naar een bodemontwikkelingsbeleid en inbedding van het bodemondergrondbeleid in het ruimtelijk instrumentarium.

In het convenant zijn ook afspraken gemaakt over het saneren en/of beheersen van de gevallen van bodemverontreiniging die om milieuhygiënische redenen met spoed moeten worden aangepakt. De locaties met humane spoed moeten eind 2015 zijn gesaneerd of beheerst. De spoedlocaties met ecologische risico’s en verspreidingsrisico’s moeten uiterlijk 2015 in beeld zijn en waar mogelijk ook gesaneerd of beheerst. Thans is een nieuw convenant voor de periode 2016-2020 in voorbereiding waarin afspraken worden gemaakt over de afronding van de locaties met overige risico’s.

Op gesloten stortplaatsen is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg. Deze nazorg zorgt ervoor dat de omgeving van stortplaatsen beschermd blijft.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2015

2016

2017

2018

3.3

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico’s zijn verminderd dan wel weggenomen

0

185

80%

208

90%

231

100%

231

100%

Toelichting Effectindicatoren

Spoedlocaties zijn locaties waarbij sprake is van ernstige verontreiniging met humane risico’s en/of verspreidingsrisico's en/of ecologische risico's. De inventarisatie van 2011 laat zien dat Zuid-Holland 231 verontreinigde locaties telt waarbij in potentie sprake is van spoed.

In het Bodemconvenant 2009-2015 zijn met betrekking tot deze drie soorten risico’s afspraken gemaakt. De spoedlocaties met humane risico’s moeten uiterlijk in 2015 zijn aangepakt (gesaneerd dan wel risico’s beheerst), met betrekking tot de overige twee categorieën is het streven om voor eind 2015 zo mogelijk de risico’s te beheersen. Om procesmatige en budgettaire redenen vindt, in tegenstelling tot wat eerder was beoogd, doorloop plaats na 2015. Vooral de complexere saneringsgevallen (procentueel de kleinste categorie) en projecten waarbij derden voor de financiën aangesproken kunnen worden (toepassen juridisch instrumentarium) vergen meer tijd in de aanpak.

In het thans in voorbereiding zijnde Convenant 2016-2020 worden hieromtrent nadere afspraken gemaakt.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2015

Realisatie 2015

3.3.a

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico's zijn verminderd dan wel weggenomen

0

185
80%

138

60%

Verantwoording Effectindicatoren

De doelstelling 2015 is deels gerealiseerd. Bij de nulmeting in 2011 waren 231 locaties in beeld. Het is echter een dynamische lijst waarbij er in de loop van de tijd op basis van onderzoek alsnog locaties kunnen worden toegevoegd dan wel afgevoerd. Van de oorspronkelijke lijst van 231 locaties zijn er 138 inmiddels afgerond. Dit betekent dat van de oorspronkelijke lijst er nog 93 locaties resteren.

Na de nulmeting zijn er nog 29 locaties toegevoegd. In 2015 zijn hiervan tien locaties afgehandeld, eind 2015 resteren er in totaal 19 locaties die na de nulmeting van 2011 zijn toegevoegd.

Dit betekent dat het aantal locaties waarvoor per 1 oktober 2015 in principe nog acties nodig zijn in totaal 112 bedraagt (te weten 93 + 19).

Van deze locaties zijn er 10 in het stadium dat er alleen nog een administratieve afhandeling hoeft plaats te vinden en is op 42 locaties de sanering in uitvoering. De overige 60 locaties bevinden zich in het onderzoekstadium of er zijn nog voorbereidende acties nodig om tot een sanering te komen.

In het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020, dat in maart 2015 is afgesloten, zijn afspraken gemaakt over de aanpak van de resterende spoedlocaties uiterlijk in 2020. Alhoewel de doelstelling voor 2015 niet geheel is gerealiseerd ligt de aanpak op koers om de afspraken uit het convenant te realiseren.