Programma 2 Mobiliteit en Milieu

Wat willen we bereiken?

De ambitie van de provincie op het gebied van het regionale openbaar vervoer is geformuleerd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). In de VRM staat de behoefte van de mobiliteitsgebruiker centraal. Voor het openbaar vervoer betekent dit dat er sprake moet zijn van efficiënt en effectief regionaal openbaar vervoer dat goed aansluit bij de maatschappelijke vraag. Dit kan de vraag zijn van een reiziger binnen een stedelijke agglomeratie, maar ook van een reiziger in het landelijk gebied.

Om aan te sluiten bij de vraag van de reiziger wordt in de eerste plaats gewerkt aan een kwaliteitsimpuls voor het openbaar vervoer. Belangrijk element hierin is de ontwikkeling van Randstad-net (R-net) in Zuid-Holland: een hoogwaardig netwerk van bus-, tram- en treinverbindingen en op termijn ook metrolijnen. In het kader van R-net wordt ingezet op de veelgebruikte lijnen, daar waar de maatschappelijke vraag het grootste is. Het regionale openbaar vervoer kan echter niet los worden gezien van de (concessie voor) het hoofdrailnet. Daarom is de provincie ook actief betrokken bij de besluitvorming hierover.

Ook in het landelijk gebied is het openbaar vervoer een belangrijke voorziening en ook daar is de doelstelling om het openbaar vervoer efficiënter in te richten en beter aan te laten sluiten op de vraag. Hiertoe zal bij toekomstige aanbestedingen, de eerste keer bij de aanbesteding van de busconcessie in Hoekse Waard/Goeree-Overflakkee, meer onderscheid worden gemaakt naar verschillende doelgroepen.

Ongeacht waar of wanneer een OV-gebruiker reist, het productassortiment en de OV-tarieven behoren te zijn afgestemd op de reizigersbehoeften. De OV-chipkaart functioneert goed voor incidentele reizigers die reizen op saldo, ook bij ritten met verschillende vervoerders. Dit is nog niet altijd het geval voor frequente reizigers die te maken hebben met verschillende vervoerders. De provincie Zuid-Holland vindt dit ongewenst. Daarom is de inzet gericht op het vinden van oplossingen om zo ook de frequente reiziger een beter OV-product aan te bieden. Om dit te bereiken werkt de provincie, zowel landelijk als in de provincie Zuid-Holland, aan een tarievenkader met eenduidige uitgangspunten en productformules. Daarmee wordt het belang van de reiziger zo goed als mogelijk bediend.

Bij alles wat de provincie wil bereiken, speelt het gegeven dat de provincie niet altijd direct invloed heeft op het behalen van de genoemde doelstellingen. De provincie is kaderstellend en verleent concessies met daarin een aantal basiseisen binnen die kaders. De vervoerder is verantwoordelijk voor het netwerk en het genereren van zoveel mogelijk reizigers. Verder is de provincie verantwoordelijk voor flankerend beleid, zoals de totstandkoming van doorstromingsmaatregelen en het verbeteren van de toegankelijkheid van en sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Een andere randvoorwaarde voor het behalen van de doelstellingen is voldoende financiering voor het openbaar vervoer uit de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU).

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting*

2015

2016

2017

2018

2.3.a

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigerskilometers in provinciale busconcessies

318 mln km

0%

0%

0%

0%

2.3.b

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigerskilometers in de provinciale spoorconcessie MerwedeLingelijn

51 mln km

2%

2%

2%

2%

2.3.c

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigers in provinciale concessie personenvervoer over water

1,7 mln km

1%

1%

1%

1%

2.3.d

Klantwaardering OV op basis van de landelijke OV-barometer

provincie = 7.2

= landelijk gemiddelde =7.2

(2010)

≥ landelijk gemid.

2015

≥ landelijk gemid.

2016

≥ landelijk gemid.

2017

≥ landelijk gemid.

2018

Toelichting Effectindicatoren

2.3.a/b: Het gebruik van het openbaar vervoer wordt uitgedrukt in het aantal reizigerskilometers dat wordt afgelegd in bus- en spoorvervoer en het aantal reizigers dat gebruik maakt van het personenvervoer over water. De jaarlijkse ontwikkeling van het aantal reizigerskilometers dan wel reizigers is daarmee een belangrijke indicator om het provinciale beleid te toetsen.

In 2013 heeft voor het aantal reizigerskilometers in de busconcessies (2.3.a) een nieuwe nulmeting plaatsgevonden. Er is voor gekozen deze indicator te baseren op reizigers die gebruikmaken van de OV-chipkaart. De systeemwijziging naar de OV-chipkaart biedt een betrouwbaarder inzicht in de daadwerkelijke vervoerstromen en reisrelaties, in tegenstelling tot het verleden waarin op basis van tellingen en aannames van de vervoerders schattingen van het aantal reizigerskilometers zijn gemaakt. De consequentie is dat deze trendbreuk uitspraken over meerjarige ontwikkelingen in het aantal reizigerskilometers in deze overgangsperiode moeilijk heeft gemaakt. In 2013 heeft voor het eerst het merendeel van de reizigers in onze busconcessies met de OV-chipkaart gereisd. Dat biedt een goede uitgangssituatie voor een nieuwe nulmeting van het aantal reizigerskilometers (280 miljoen). Daarnaast is er sprake van losse kaartverkoop. Uit landelijke analyses blijkt dat dit gaat om ongeveer 35 miljoen reizigerskilometers. Tenslotte is vastgesteld dat circa 2 miljoen reizigerskilometers niet worden geregistreerd als gevolg van het vergeten uit te checken. De nieuwe nulmeting komt daarmee op 318 miljoen reizigerskilometers in busconcessies. Provinciale Staten zijn  apart geïnformeerd over de verschillen tussen de oude en de nieuwe indicator.

De provincie is ook de concessieverlener voor een tweetal regionale spoorlijnen, de MerwedeLingelijn en de treindienst Alphen-Gouda. Omdat de huidige concessiehouder van de treindienst Alphen-Gouda (NS) geen cijfers behoeft aan te leveren voor het aantal reizigerskilometers, is voor deze treindienst vooralsnog geen indicator opgenomen. Deze treindienst is in 2014 aanbesteed waarbij deze verplichting wel is opgenomen, zodat vanaf de start van deze nieuwe concessie (eind 2016) gemeten wordt. Voor de MerwedeLingelijn is wel een indicator opgenomen (2.3.b). De opgenomen groeicijfers zijn gebaseerd op de langjarige effecten van de frequentieverhoging op de MerwedeLingelijn.

2.3.c: Het gebruik van het personenvervoer over water (concessie Waterbus) wordt uitgedrukt in aantal reizigers. Het aantal reizigers is erg seizoensgebonden en afhankelijk van de weersomstandigheden, wel of geen zonnige zomer maakt groot verschil. Indien de pilot sneldienst Waterbus in 2015 van start gaat, wordt een aanvullende groei verwacht.

2.3.d: Behalve het gebruik van openbaar vervoer wordt ook de kwaliteit gemeten. Centraal hierbij staat de klantwaardering die wordt gemeten door middel van de OV-klantenbarometer. De reizigers geven rapportcijfers aan verschillende aspecten die met hun reis te maken hebben. De doelstelling is om hetzelfde of een hoger rapportcijfer te krijgen dan het landelijk gemiddelde van het desbetreffende jaar. Onderdeel van dit rapportcijfer is bijvoorbeeld de sociale veiligheid van het openbaar vervoer.

Wat willen we bereiken?

In 2015 investeerde de provincie verder in het openbaar vervoer. De nadruk lag hierbij op kwaliteitsverbetering om de komende jaren reizigersgroei te realiseren. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is de realisatie van het programma R-net. In het kader van R-net wordt ingezet op de veelgebruikte lijnen, daar waar de maatschappelijke vraag het grootste is. In het landelijk gebied heeft de provincie gezocht naar een aanpak die beter aansluit bij de wensen van de reizigers. Dit heeft bijvoorbeeld geresulteerd in een subsidie voor een pilot kleinschalig openbaar vervoer op Goeree-Overflakkee.

In maart 2015 is de busconcessie Hoeksche Waard/Goeree-Overflakkee gegund aan Connexxion. Het resultaat van deze aanbesteding is dat alle kernen in deze regio nog steeds zijn voorzien van regulier openbaar vervoer, met dien verstande dat in de dalperiode de OV-voorzieningen in de kleine kernen beperkt zijn. De aanbesteding heeft daarnaast geleid tot de introductie van een R-net corridor (Dirksland–Rotterdam Zuidplein) in het gebied. Verder is in dit concessiegebied het regioabonnement voor het eerst geïntroduceerd. Hiermee is ook een eerste stap gezet naar een meer transparant en eenduidig stelsel van tarieven en producten.

Tenslotte is op 1 juni 2015 een pilot met een extra spits- en daldienst gestart met de Waterbus. Met deze pilot wordt in de spits een extra sneldienst tussen Rotterdam en Dordrecht aangeboden. Daarnaast wordt met deze pilot in de daluren Kinderdijk bediend.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2015

Realisatie 2015

2.3.a

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigerskilometers in provinciale busconcessies

318 mln km

0%

3,5%

2.3.b

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigerskilometers in de provinciale spoorconcessie MerwedeLingelijn

51 mln

2%

3,1%

2.3.c

Procentuele jaarlijkse groei in aantal reizigers in provinciale concessie personenvervoer over water

1,7 mln

1%

-4,6%

2.3.d

Klantwaardering OV op basis van de landelijke OV-barometer

provincie = 7.2

= landelijk gemiddelde =7.2

(2010)

≥ landelijk gemid. 2015

provincie = 7,7

landelijk gemiddelde = 7,5

Verantwoording Effectindicatoren

2.3.a/b: In de Begroting 2015 is een nieuwe nulmeting voor deze indicatoren opgenomen. Er is voor gekozen deze indicator te baseren op reizigers die gebruik maken van de OV-chipkaart. De OV-chipkaart biedt een meer betrouwbaar inzicht in de daadwerkelijke vervoerstromen en reisrelaties. Dit in tegenstelling tot het verleden waarin op basis van tellingen en aannames van de vervoerders schattingen van het aantal reizigerskilometers zijn gemaakt.

De consequentie van een nieuwe nulmeting is wel dat hierdoor een trendbreuk naar beneden is ontstaan die uitspraken over meerjarige ontwikkelingen in het aantal reizigerskilometers moeilijk maakt.

De nulmeting op basis van de OV-chipkaartdata is 280 mln reizigerskm. In de begroting 2015 zijn daarnaast ook de ramingen voor de wagenverkoop (35 mln km) en gemiste checkouts (2 mln km) meegenomen. In de praktijk zijn deze ramingen echter niet meetbaar gebleken. Daarom is de nulmeting in de begroting 2016 aangepast naar 280 reizigerskilometers. Bij de realisatie 2015 is een vergelijking gemaakt op basis van OV-chipkaartdata, de wagenverkoop en gemiste checkouts zijn buiten beschouwing gelaten.

In 2015 is het aantal reizigerskilometers in de provinciale busconcessies met 3,5% gestegen ten opzichte van de nulmeting. Hiermee is de doelstelling behaald. De belangrijkste reden hiervoor is de introductie van R-net op de verbinding Leiden-Zoetermeer.

In 2015 is het aantal reizigerskilometers op de MerwedeLingelijn met 3,1% gestegen ten opzichte van 2014. Hiermee is de doelstelling behaald.

2.3.c: In 2015 is het aantal reizigers van de Waterbus met 4,6% gedaald ten opzichte van 2014. Hiermee is de doelstelling niet behaald. De resultaten van deze indicator zijn gebaseerd op dagelijkse handmatige telling van de vervoerder. De reizigersafname is onder meer veroorzaakt doordat het tweejaarlijkse evenement Dordt in Stoom in 2015 niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft de Waterbus op Koningsdag in de ochtend niet kunnen varen als gevolg van een plaatselijke verordening van de gemeenten Papendrecht en Zwijndrecht.

De pilot spits- en daldienst is een groot succes. Dit heeft in 2015 geleid tot 40.000 extra reizigers op de Waterbus. Deze reizigers zijn niet meegenomen in de berekening van deze indicator.

2.3.d: e klantwaardering voor het openbaar vervoer in Zuid-Holland is gestegen naar 7,7 en ligt daarmee wederom boven het landelijk gemiddelde. Hiermee is de doelstelling behaald. De Waterbus is koploper met een waardering van 8,3 en is daarmee het op één na best gewaardeerde OV-product van Nederland.