Programma 2 Mobiliteit en Milieu

Wat willen we bereiken?

De provincie Zuid-Holland heeft de wettelijke plicht haar areaal, de provinciale wegen en vaarwegen, te beheren en onderhouden. Dit betekent de zorg voor een beschikbare, betrouwbare en veilige infrastructuur, zodat een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer gewaarborgd is.

In de vastgestelde beheerstrategie, afgeleid van vastgesteld provinciaal beleid, is uitgewerkt op welke wijze het mobiliteitsnetwerk wordt beheerd. De functionaliteit van de infrastructuur, het maatschappelijk belang staat hierbij centraal. De uitvoering van maatregelen op een traject vindt zo veel mogelijk geclusterd plaats en wordt afgestemd met andere beheerders om de hinder voor de gebruiker te beperken en de beschikbaarheid te maximaliseren. Dit resulteert in een structurele, integrale en trajectgewijze aanpak.

Daarnaast wordt deze collegeperiode de nadruk gelegd op meer samenwerken met andere partijen in Zuid-Holland en het beter benutten van de provinciale infrastructuur door inzet van netwerkmanagement en innovaties.

In 2015 wordt conform het Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO) Wegen en Vaarwegen 2015-2018 aan diverse weg- en vaarwegtrajecten planmatig onderhoud uitgevoerd. In 2015 worden 24 projecten afgerond. Voorbeelden op de vaarwegen zijn het groot onderhoud van de bruggen op het Aarkanaal en de Merwedesluis in Gorinchem. Voorbeelden op de wegen zijn het groot onderhoud van de N206 en de N216a.

In het eerste Kaderbesluit Infrastructuur (25 juni 2014 vastgesteld door Provinciale Staten) zijn de budgetten voor beheer en onderhoud herijkt en is het meerjarig beeld van de (kapitaal)lasten 30 jaar vooruit inzichtelijk gemaakt. Dit is verwerkt in het eerste Meerjarenprogramma Onderhoud en in deze begroting. In 2015 wordt vanuit het Kaderbesluit Infrastructuur € 1,9 mln uit programmareserve 2 en € 8,1 mln uit de OVP ingezet ter dekking van de verschuiving van vervangingsinvesteringen naar exploitatie voor het beheer en onderhoud van bestaand areaal. De afname van het investeringsbudget is in 2015 € 6,3 mln conform de notitie 'Lange termijn inzicht kapitaal- en beheerlasten'. In het Kaderbesluit infrastructuur worden reserves uit programma 2 (€ 75,5 mln) ingezet om toekomstige kapitaallasten te verminderen. Dit is verwerkt in de Najaarsnota 2014. Uit de exploitatiemiddelen kunnen de uitgaven voor projecten in één keer worden gedekt, waardoor op deze projecten niet meerjarig hoeft te worden afgeschreven. De totale kapitaallasten worden daardoor structureel met € 5,0 mln verlaagd. Deze jaarlijkse bespaarde kapitaallasten worden vanaf 2015 ingezet om het jaarlijkse exploitatiebudget beheer en onderhoud gemiddeld structureel met € 5,0 mln te verhogen en het jaarlijkse investeringsbudget structureel met € 5,0 mln te verlagen. Dit beantwoordt aan het doel van het Kaderbesluit infrastructuur en leidt tot een verdere afname van de toekomstige kapitaallasten.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting (2011)

2015

2016

2017

2018

2.1 Percentage van het areaal dat voldoet aan de vastgestelde kwaliteit:          
  asfalt 85% (730 ha) 90% 92% 92% 92%
  kunstwerken 40% (574) 62% 62% 62% 62%
 

oevers

65% (213 km)

75%

78%

78%

78%

Toelichting Effectindicatoren

Asfalt: De nulmeting is gebaseerd op metingen conform de geldende normen. De ontwikkeling 2015-2018 is conform de meerjarenaanpak planmatig onderhoud.

Kunstwerken: Vanaf 2012 gelden nieuwe normen voor de kunstwerken: de Eurocodes. In de nota Budgetbehoefte 2012-2015 is aangegeven dat in de komende twintig jaar gewerkt wordt om het hele areaal aan de Eurocodes te laten voldoen. Door onderzoek in 2012 en 2013 is gebleken dat meer kunstwerken dan oorspronkelijk geschat al aan de eisen voldoen. Daarnaast is door de trajectmatige aanpak een aantal kunstwerken dat niet voldeed vervangen. Het percentage van kunstwerken dat aan het einde van deze collegeperiode aan de Eurocodes voldoet is daarom gestegen naar 62%. Dat is 10% hoger dan de in 2012 gegeven prognose van 52% voor 2015. Dit percentage laat zien van hoeveel kunstwerken de constructieve veiligheid is aangetoond. Het resterend percentage kunstwerken is niet onveilig en kan gewoon meegenomen worden in het reguliere groot onderhoud.

Oevers: De nulmeting is gebaseerd op de conditiemeting 2011, conform NEN2767. De ontwikkeling in deze collegeperiode is conform de meerjarenaanpak planmatig onderhoud.

Wat willen we bereiken?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2015

2.1

Percentage van het areaal dat voldoet aan de vastgestelde kwaliteit:

  • asfalt

  • kunstwerken

  • oevers

85% (730 ha)

40% (574)

65% (213 km)

Begroot

90%

62%

75%

VJN asfalt

93%

 
Toelichting afwijking

Ultimo 2014 is het percentage asfalt dat voldoet aan de vastgestelde kwaliteit 92%. De prognose voor 2015 en verder voor deze effectindicator wordt geactualiseerd naar 93%.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2015

Realisatie 2015

2.1

Percentage van het areaal dat voldoet aan
de vastgestelde kwaliteit:
     
 

- asfalt

85% (730 ha) 93% 94%
  - kunstwerken 40% (574) 62% 62%
 

- oevers

65% (213 km)

75%

74%

Asfalt: De provincie heeft in 2015 totaal 45 km asfalt gerealiseerd, ruim 2 km extra ten opzichte van het gemiddelde aantal kilometer om in stand te houden. Hiermee stijgt de realisatie naar 94%, waardoor wordt voldaan aan de doelstelling.

Kunstwerken: In de trajectstudies wordt onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de kunstwerken in de tracés die de komende jaren voor groot onderhoud worden opgepakt. In 2015 zijn de resultaten van de beoordeling van de technische staat van de kunstwerken gerealiseerd zoals was voorzien. In de trajectaanpak zijn kunstwerken vervangen en versterkt. Van het areaal voldoet 62% aan de vastgestelde kwaliteitsnorm.

Oevers: In 2015 is naast de instandhouding 3,2 km extra gerealiseerd om achterstanden in te lopen. Ondanks faillissement van een aannemer waardoor het werk kwam stil te liggen is wel een stijging van 2% van de vastgestelde kwaliteit gehaald, doordat er een aantal andere projecten versneld zijn uitgevoerd. Hiermee stijgt het percentage naar 74% van het areaal dat voldoet aan de vastgestelde kwaliteit, iets lager dan de streefwaarde.