Programma 1 Groen en Water

Wat willen we bereiken?

Na de vaststelling van de herijkte Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de Uitvoeringsstrategie EHS is de ambitie om in 2015 grote vooruitgang te boeken bij de aanleg van de EHS (of Nationaal Natuur Netwerk (NNN)). Prioriteit daarbij heeft de natuur in de veenweidegebieden, gevolgd door de afronding van de Deltanatuurprojecten.

Voor elk Natura 2000-gebied wordt een beheerplan opgesteld. Daarin wordt bepaald hoe de natuurdoelen worden gerealiseerd. Ook worden de economische activiteiten in en rond het gebied beoordeeld. Na vaststelling van het beheerplan zijn de activiteiten voor de Natuurbeschermingswet vergunningvrij. Op dit moment is voor 5 van de 23 Zuid-Hollandse gebieden een definitief beheerplan vastgesteld. In 2015 moet voor alle gebieden een beheerplan zijn vastgesteld, behalve voor het gebied Krammer-Volkerak. Voor dat gebied is nog geen definitief aanwijzingsbesluit vastgesteld.

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is het beleid waarmee Nederland het hoofd biedt aan de problematiek rond stikstof en natuur/economische ontwikkeling. De PAS borgt dat doelstellingen van het Europese natuurbeleid worden gehaald en creëert tegelijk ruimte voor gewenste economische ontwikkeling. De planning is dat na de ter visielegging door het Rijk het PAS-programma in de loop van 2015 operationeel is.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2015

2016

2017

2018

1.4.a

Ontwikkeling natuurkwaliteit Zuid-Holland op basis van Alterrasystematiek (index ten opzichte van 2010)

100

100

100

105

110

1.4.b

Percentage soorten en habitattypen in natuurgebieden met vastgesteld beheerplan Natura 2000, dat voldoet aan instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000

(areaal binnen vastgestelde beheerplannen Natura 2000)*

Soorten 40%

Habitat­type 100%

(15.164 ha)

Soorten 49%

Habitat­type 27%

(50.866)

Soorten 49%

Habitat­type 27%

(53.643)

Soorten 49%

Habitat­type 27%

(53.643)

Soorten 49%

Habitat­type 27%

(53.643)

* Bij de start van een beheerplanperiode wordt dit gemonitord en vastgesteld. De metingen worden gemiddeld 1 keer in de 6 jaar uitgevoerd.

Toelichting Effectindicatoren

1.4.a: Het provinciaal natuurbeleid is gericht op het tegengaan van de achteruitgang van de biodiversiteit in de provincie. Een grote bijdrage wordt geleverd door aanleg van nieuwe natuur. Voor de kenmerkende gebiedstypen in Zuid-Holland wordt jaarlijks een index opgesteld als indicator voor de natuurkwaliteit in de provincie. Aan de hand hiervan meet de provincie of de stand still situatie wordt bereikt. De kenmerkende natuurgebiedstypen in de Ecologische Hoofdstructuur zijn: (half) natuurlijk grasland, bos, duin en moeras en agrarisch gebied buiten de Ecologische Hoofdstructuur.

In de Beleidsvisie Groen zijn naast de realisatie van nieuwe natuur (EHS) zogenaamde flankerende maatregelen benoemd die eveneens bijdragen aan het tegengaan van de achteruitgang van de biodiversiteit. De flankerende maatregelen zijn uitgewerkt in projectafspraken. Dit betreft onder andere een pilot groenblauwe dooradering, waarvan de resultaten in 2015 worden opgeleverd. Het huidige stelsel voor agrarisch natuurbeheer wordt in 2015 herzien van individuele contracten naar gebiedscollectieven. De doelstelling is dat het nieuwe stelsel agrarisch natuurbeheer vanaf 1 januari 2016 operationeel is.

Ten slotte wordt in 2015 een beleidsregel geschreven voor tijdelijke natuur. Met de vaststelling van deze nieuwe beleidsregel wordt tijdelijke natuur zoveel mogelijk meegenomen in de gebiedsafspraken. Het streven is met deze set aan maatregelen de achteruitgang van de biodiversiteit om te buigen in een toename.

Het is bekend dat de genoemde maatregelen, inclusief de aanleg van nieuwe natuur, enige tijd nodig hebben om resultaten te laten zien. Met name de ontwikkeling van vegetatie heeft meer tijd nodig. Daarom dient vergelijking van de biodiversiteitsgraadmeter met de nodige voorzichtigheid te gebeuren, ook omdat toevalsfactoren een rol spelen. Bovendien gaat het om een langjarige trend waar ook andere factoren (onder andere klimaat en dergelijke) dan het provinciale beleid op van invloed zijn. Daarom wordt tot en met 2016 uitgegaan van een stabiele situatie van de biodiversiteitsgraadmeter.

1.4.b: In deze begroting is de indicator voor de instandhoudingsdoelstellingen uitgebreid. De score voor habitatinstandhoudingsdoelen is aangevuld met de score voor instandhoudingsdoelen voor soorten (planten en dieren). Daarmee wordt een genuanceerd inzicht geboden in het beleidseffect dat beter aansluit op de Natura 2000 aanwijzigingsbesluiten waarin ook de doelstellingen voor habitattypen en soorten worden onderscheiden.

Uitleg van de getallen voor 2015 is als volgt:

  • Soort 49%: voor 49% van alle instandhoudingsdoelstellingen voor soorten in al definitief vastgestelde beheerplannen is het oordeel dat de kwaliteit van het leefgebied goed is;

  • Habitattype 27%: voor 27% van het oppervlak dat als habitattype gekwalificeerd is in al definitief vastgestelde beheerplannen, is het oordeel dat de kwaliteit goed is;

  • (50.866): dit is het totaal aantal ha Natura 2000-gebied waarvoor een definitief vastgesteld beheerplan is. Niet al deze hectares zijn habitattype of leefgebied voor Natura 2000 soorten.

Ook is in de nulmeting de score toegevoegd voor de drie Natura 2000-gebieden waarvoor de definitieve beheerplannen zijn vastgesteld vóór 2012.

De provincie streeft ernaar om vanaf 2016 voor alle Natura 2000-gebieden te beschikken over vastgestelde beheerplannen. Een beheerplan heeft een doorlooptijd van zes jaar, waarna een nieuw beheerplan wordt opgesteld voor een volgende beheerperiode. Voor de eerste beheerplannen zal vanaf 2015 de volgende beheerperiode starten. Bij de eerste beheerperiode is er gekozen voor het behoud van de instandhoudingsdoelstellingen. Vanaf de tweede beheerperiode wordt er actief gewerkt om de instandhoudingsdoelstellingen te verbeteren.

Wat willen we bereiken?


 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2015

1.4.a

Ontwikkeling natuurkwaliteit Zuid-Holland op basis van Alterrasystematiek (index ten opzichte van 2010)

100

Begroot

100

VJN

105

 
Toelichting afwijking

De ontwikkeling van de natuurkwaliteit op basis van de Alterrasystematiek is gewijzigd omdat blijkt dat de uitkomsten voor 2012 inmiddels uitkomen op 104% ten opzichte van de index. Verwacht wordt dat in 2015 de ontwikkeling van de natuurkwaliteit uitkomt op 105%.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2015

Realisatie 2015

1.4.a

Ontwikkeling natuurkwaliteit Zuid-Holland op basis van Alterrasystematiek (index ten opzichte van 2010)

100

100

103

1.4.b

Percentage soorten en habitattypen in natuurgebieden met vastgesteld beheerplan Natura 2000, dat voldoet aan instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 (areaal binnen vastgestelde beheerplannen Natura 2000)*

Soorten 40%

Habitattype

100%

(15.164 ha)

Soorten 49%

Habitattype

27%

(50.866 ha)

Soorten 45%

Habitattype

22%

    1. )

* Bij de start van een beheerplanperiode wordt dit gemonitord en vastgesteld. De metingen worden gemiddeld 1 keer in de 6 jaar uitgevoerd.

Verantwoording Effectindicatoren

1.4.a: De graadmeter biodiversiteit van Alterra loopt altijd twee jaar achter op het verzamelen van de gegevens in het veld. Een rapportage op basis van de gegevens uit 2014 of 2015 is daarom nog niet beschikbaar (oplevering van 2014 wordt verwacht in het voorjaar van 2016). Het meest recente beeld is dat het doel ten aanzien van de natuurkwaliteit blijkens de meetgegevens 2013 is gerealiseerd. De vergelijking van de biodiversiteitsgraadmeter

1.4.a met 2010 dient echter met de nodige voorzichtigheid te gebeuren, omdat ook toevalsfactoren een rol kunnen spelen. Bovendien gaat het om een langjarige trend waar ook andere factoren dan het provinciale beleid op van invloed zijn. Als we deze vergelijking met 2010 toch maken dan ontstaat het volgende beeld:

Met de vier ecosystemen die grotendeels in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen gaat het gemiddeld beter dan in 2010. Met het vijfde ecosysteem, 'agrarisch gebied (weidevogels)', dat geheel buiten het NNN ligt gaat het in 2013 slechter dan in 2010 (en ook slechter dan in 2012). Alle vijf ecosystemen bij elkaar genomen is er over 2013 sprake van een kleine vooruitgang (3%) in vergelijking met 2010. De statistische trendlijn, die zich minder laat beïnvloeden door de resultaten uit één jaar, vertoont voor het eerst sinds het beginjaar van de meetreeks, 2000, een (zeer lichte) stijging.

1.4.b: De gerealiseerde percentages voor 2015 zijn iets lager dan de doelstelling. De doelstelling is begroot voor alle Natura 2000 gebieden tezamen. Omdat in 2015 nog niet alle Natura 2000 beheerplannen zijn vastgesteld, is de realisatie voor 2015 alleen berekend voor de Natura 2000 gebieden met een vastgesteld beheerplan. De planning is dat in 2016 voor alle Natura 2000 gebieden een vastgesteld beheerplan beschikbaar is, zodat de realisatie berekend kan worden over alle gebieden.