Balans

Inleiding

Uitgangspunt voor de analyse van de vermogenspositie van de provincie is de balans. Het uitgangspunt voor de waarderingsgrondslagen zijn de art. 35 en 59 tot en met 65 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).


Waarderingsgrondslagen

Activa

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie al dan niet duurzaam te dienen.


Vaste activa

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

  • immateriële vaste activa;

  • materiële vaste activa (inclusief gronden);

  • financiële vaste activa.

De immateriële vaste activa bestaan uit kosten van onderzoek en ontwikkeling activa. Volgens het BBV vallen hier ook onder de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. Deze kosten worden bij de provincie niet geactiveerd.

Bij de materiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Het BBV schrijft voor om ook investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing (bijvoorbeeld rioolrecht) kan worden geheven, afzonderlijk op te nemen. Deze investeringen komen bij de provincie niet voor. Het BBV schrijft daarnaast voor om bij de materiële vaste activa aan te geven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Activa met een meerjarig economisch nut en activa in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijk nut, worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van de gerealiseerde afschrijvingen. Op de waardering worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief in mindering gebracht. Op investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut worden ook bijdragen uit reserves in mindering gebracht.


Beleidsnota Investeringen, waarderingen en afschrijvingen 2014 (nota IWA)

Met ingang van het boekjaar 2014 is, conform de door Provinciale Staten in december 2013 vastgestelde beleidsnota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen 2014, besloten om uitgaven op investeringen niet op het moment van facturatie te activeren, maar op het moment dat een projectfase technisch gereed is.

In de afschrijvingstabel is opgenomen over welke periode investeringen worden afgeschreven.

Waarderingsgrondslagen

Investeringen met een economisch nut worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte toekomstige levensduur. De volgende afschrijvingstermijnen gelden voor de hieronder met name genoemde activa:

  • 30 jaar voor het pand van het provinciehuis;

  • 25 jaar voor nieuwbouw bedrijfsgebouwen;

  • 25 jaar voor dienstvaartuigen;

  • 20 jaar voor isolatie bedrijfsgebouwen;

  • 15 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen;

  • 10 jaar voor inrichting en veiligheidsvoorziening bedrijfsgebouwen, bekabeling ICT;

  • 10 jaar voor telefooninstallaties;

  • 5 jaar voor transportmiddelen en kantoormachines;

  • 3 jaar communicatiemiddelen, automatiseringsapparatuur en -programmatuur (ICT-middelen);

  • geen afschrijving op (onder)gronden en terreinen en kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde.

Voor investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:

  • 40 jaar voor vaste kunstwerken (wegen en fietspaden), oevers, havenwerken en beweegbare kunstwerken (vaarwegen), recreatieobjecten en landschapszorg;

  • 30 jaar voor verhardingsconstructies (wegen en fietspaden).

Voor immateriële vaste activa gelden de volgende afschrijvingstermijnen:

  • 5 jaar voor kosten van onderzoek en ontwikkeling gemaakt in de voorbereidingsfase van vaststaande activa;

  • Kosten van onderzoek en ontwikkeling gemaakt in de initiatieffase worden niet geactiveerd;

  • Kosten voor het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd.

Voor financiële vaste activa gelden de volgende afschrijvingstermijnen.

  • Geen afschrijvingen op deelnemingen;

  • Bijdragen aan activa in eigendom van derden conform de in deze tabel voor de soortgelijke vaste activa geldende termijnen.

Met betrekking tot de afschrijvingen hanteert de provincie op dit moment de - meest voor de hand liggende -

lineaire systematiek.


Vlottende activa

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Conform het BBV zijn de vlottende activa gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Waarbij de verkrijgingsprijs de inkoopprijs en de bijkomende kosten omvat. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van de eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Voor niet in exploitatie genomen gronden geldt dat deze worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs waarbij de boekwaarde met eventuele voorziening wegens een lagere marktwaarde wordt verrekend. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.


Passiva

Ook de passiva worden onderscheiden in vaste en vlottende passiva. Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva.


Reserves, vaste schulden en de vlottende passiva

Deze balansposten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

 
Voorzieningen

De waardering vindt plaats tegen de nominale waarde met uitzondering van de voorziening dubieuze debiteuren. Voor het treffen en het op peil houden van de voorziening dubieuze debiteuren dient een groepsgewijze beoordeling plaats te vinden van betreffende vorderingen kleiner dan € 0,05 mln en een individuele beoordeling voor vorderingen groter dan € 0,05 mln.

Voor eventuele risico's ter zake van gegarandeerde geldleningen zijn geen voorzieningen getroffen. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en Risicobeheersing.


Balans

Activa
(bedragen x €1.000)

Balans per
31-dec-2015

Balans per
31-dec-2014

Vaste activa

       

Immateriële vaste activa

 

13.057

 

11.111

Kosten onderzoek en ontwikkeling activa

7.162

 

7.529

 

Onderhanden werk (immateriële vaste activa)

5.896

 

3.582

 
       

Materiële vaste activa

 

870.560

 

839.806

Investeringen met economisch nut

122.243

 

114.833

 

Investeringen met maatschappelijk nut

668.334

 

682.820

 

Onderhanden werk (materiële vaste activa)

79.982

 

42.154

 
         

Financiële vaste activa

 

121.460

 

137.454

Deelnemingen

18.418

 

20.266

 

Overige verbonden partijen

1.916

 

1.830

 

Overige uitzettingen looptijd >=1jaar

3.779

 

31.283

 

Bijdrage aan activa in eigendom van derden

64.434

 

61.447

 

Onderhanden werk (financiële vaste activa)

32.912

 

22.628

 
         

Totaal Vaste activa

 

1.005.077

 

988.371

         

Vlottende activa

       

Voorraden

 

30.038

 

26.736

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

1.784

 

0

 

Gereed product en handelsgoederen

28.254

 

26.736

 
         

Uitzetting met een rentetypische looptijd < 1 jaar

 

398.704

 

485.504

Vordering op openbare lichamen

108.648

 

110.991

 

Verstrekte kasgeldleningen

0

 

21.148

 

Overige vorderingen

7.383

 

4.834

 

Overige uitzettingen

88.750

 

58.800

 

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met looptijd < 1 jaar

193.923

 

289.731

 
         

Liquide middelen

 

14.030

 

7.336

Kassaldi

6

 

0

 

Banksaldi

14.024

 

7.335

 
         

Overlopende activa

 

56.349

 

46.595

Vooruitbetaalde bedragen

5.941

 

8.751

 

Nog te ontv.bedrag op uitk.overheden met spec.bestedingsdoel

22.086

 

28.787

 

Overige overlopende activa

28.323

 

9.057

 
         

Totaal Vlottende activa

 

499.122

 

566.171

         

TOTAAL GENERAAL ACTIVA

 1.504.199 

1.554.543

Passiva
(bedragen x €1.000)

Balans per
31-dec-2015

Balans per
31-dec-2014

Vaste passiva

       

Eigen vermogen

 

503.923

 

457.504

Algemene reserve

84.868

 

68.614

 

Bestemmingsreserve

381.216

 

360.123

 

Nog te bestemmen resultaat lopend jaar

37.839

 

28.767

 
         

Voorzieningen (exclusief voorzieningen dub.deb.)

 

32.663

 

34.640

Voor geschatte onzekere verplichtingen en verliezen

32.663

 

34.640

 
         

Vaste schulden,rentetypische looptijd van één jaar of langer

 

469.870

 

505.094

Binnenlandse banken

469.870

 

505.094

 

Overige binnenlandse sectoren

0

 

0

 
         

Totaal Vaste passiva

 

1.006.456

 

997.238

Vlottende passiva

       

Vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr

 

35.911

 

39.928

Overige schulden

35.911

 

39.928

 
         

Overlopende passiva

 

461.832

 

517.377

Nog te betalen kosten

194.633

 

226.840

 

Overige vooruit ontvangen bedragen

1.093

 

20.044

 

Uitkeringen van overheden met specifiek bestedingsdoel

266.106

 

270.492

 
         

Totaal Vlottende passiva

 

497.743

 

557.305

TOTAAL GENERAAL PASSIVA

 1.504.199 

1.554.543

Activa
(bedragen x € mln)

 

Immateriële vaste activa

1,9

Materiële vaste activa

30,8

Financiële vaste activa

-16,0

Voorraden

3,3

Uitzetting met een rentetypische looptijd < 1 jaar

-86,8

Liquide middelen

6,7

Overlopende activa

9,8

Totale mutatie

-50

Passiva
(bedragen x € mln)

 

Eigen vermogen

46,4

Voorzieningen (exclusief voorzieningen dubieuze debiteuren)

-2,0

Vaste schulden, rentetypische looptijd van één jaar of langer

-35,2

Vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr

-4,0

Overlopende passiva

-55,5

Totale mutatie

-50