5.Financiële risico’s ontwikkelopgave EHS/recreatiegebieden

5.

Financiële risico’s ontwikkelopgave EHS/recreatiegebieden

 Omschrijving

Risico is dat de provincie niet tijdig voldoende middelen beschikbaar heeft om de ontwikkelopgave voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te kunnen realiseren. Voor de provincie geldt een inspanningsverplichting met betrekking tot de realisatie van de EHS.

Na het decentralisatieakkoord natuur (eind 2011 afgesloten tussen Rijk en provincies) heeft Zuid-Holland de EHS herijkt. Prioriteit van de herijkte EHS ligt (gezien de omvang van de beschikbare middelen) bij het aanleggen en beheren van natuurgebieden, waarbij sprake is van noodzakelijkheid voor het behalen van internationale verplichtingen. Voor de periode 2011 tot en met 2027 is een bedrag van € 257,8 mln beschikbaar voor verwerving en inrichting.

Het aandeel van Zuid-Holland in de middelen die provincies uit het Provinciefonds ontvangen op basis van het Natuurpact 2013 is bepaald op basis van het advies van Janssen 2.

De ontwikkelopgave EHS is in januari 2014 door Provinciale Staten via de uitvoeringsstrategie EHS vastgesteld en in december 2013 via een wijziging van de Provinciale Structuurvisie planologisch vastgelegd. Deze besluiten vormen de basis voor het provinciale beleid voor EHS.

De uitvoering van de EHS wordt gedekt met (via het Provinciefonds) gedecentraliseerde middelen, beschikbare ruilgronden, overige provinciale middelen en bijdragen van regionale gebiedspartijen.

Naast risico’s op het gebied van EHS speelt nog een risico op het terrein van recreatie.

Impact

De impact van het risico heeft betrekking op het (tijdig en in voldoende mate) beschikbaar

komen van:

  1. middelen voor de ontwikkelopgave EHS: middelen via het Provinciefonds komen later beschikbaar dan eerder voorzien; de bijdrage over 2014 en 2015 valt lager uit, wat in 2016 en 2017 wordt gecompenseerd door een hogere bijdrage;

  2. middelen voor het beheer van EHS: afgesproken is dat het Rijk voor 2/3 (via het Provinciefonds) bijdraagt aan de beheerlasten en de provincies voor 1/3 deel; in verband met het beheer kan er een tekort ontstaan dat oploopt tot € 3,5 mln. Conform bestaande afspraken dient de dekking hiervoor eerst binnen het bestaande programma gevonden te worden. Voor een bedrag van circa € 1,5 mln kan dekking worden gevonden, voor het resterende bedrag van € 2,0 mln structureel dient voor de langere termijn (na 2017) een oplossing te worden gevonden;

  3. voor een aantal beheersmaatregelen (zoals faunabeheer, PAS, uitvoeringskosten, uitvoering Natuurbeschermingswet) loopt de provincie het risico van incidentele tegenvallers. Daarbij komt dat nog niet duidelijk is of er voldoende EU-middelen beschikbaar zijn voor de additionele taak agrarisch natuurbeheer. De subsidieperiode 2015-2021 (POP3) wordt eind 2014 vastgesteld.

Maatregelen

De volgende beheersmaatregelen zijn/worden genomen:

  • conform de uitvoeringsstrategie EHS geldt het uitgangspunt dat doelen en middelen in balans dienen te zijn; in de realisatiestrategie EHS worden drie fasen onderscheiden (2013-2016, 2017-2021 en 2021-2027) met elk een eigen ijkpunt met als doel om weloverwogen keuzes te kunnen maken ten aanzien van de inzet van middelen in relatie tot de beschikbaarheid ervan en de programmering;

  • de genoemde incidentele risico’s kunnen worden beperkt door heldere afspraken te maken met partijen, waarbij eventueel in nieuwe overeenkomsten taakstellende budgetten worden afgesproken. Dit geldt eveneens voor de EU-middelen voor agrarisch natuurbeheer. Nieuwe overeenkomsten worden voorbereid. Wanneer de bijdragen van regionale partijen in de periode 2013-2016 achterblijven zal de programmering voor de periode 2017-2021 worden aangepast.

Status

De afronding van het RodS-programma kan leiden tot een toename van de beheerlasten op korte of lange termijn, omdat mogelijk niet voor alle gebieden overdracht van de provinciale verantwoordelijkheid geregeld zal kunnen worden met een afkoopsom. Dit is dus nog een onzekerheid voor de (nabije) toekomst.