16. Risico’s PMR - 750 ha natuur en recreatie

16.

Risico’s PMR - 750 ha natuur en recreatie

Omschrijving

De uitvoeringskosten uitwerkingsovereenkomst PMR: risico’s zijn gelegen in de beheersing van de uitvoering van het project.

Impact

De impact van dit risico hangt af van de mate waarin zich onvoorziene omstandigheden voordoen. Op basis van een inschatting van de financiële risico’s wordt de omvang van de post onvoorzien periodiek bijgesteld.

Maatregelen

De provincie voert het PMR-project ‘Buijtenland van Rhoon’ voor eigen rekening en risico uit. Hiervoor is een taakstellend budget beschikbaar. De financiering van het project is gedekt door de gezamenlijke PMR-partners en vastgelegd in de UWO PMR 750 ha. De bijdrage van Zuid-Holland bedraagt € 9,0 mln, de stadsregio Rotterdam draagt € 18,0 mln bij en het Rijk € 112,0 mln. In geval van onvoorziene omstandigheden (zoals excessieve grondprijsstijgingen) kan de provincie in overleg treden met het Rijk (op grond van art. 12 van de UWO). Om de financiële risico’s goed te beheersen wordt risicomanagement toegepast. Met behulp van een (financiële) business case is inzichtelijk gemaakt wat mogelijke meerkosten zouden kunnen zijn als zich risico’s voordoen. De verwachtingswaarde van mogelijke meerkosten, volgend uit het financieel risicoprofiel, vormt de onderbouwing van de post onvoorzien die in de business case van het project (over de gehele looptijd tot en met 2021) is opgenomen. De totale omvang van de post onvoorzien bedraagt € 15,3 mln. Mocht de verwachtingswaarde stijgen dan zal de post onvoorzien daarop worden aangepast. Mocht uit nieuwe ontwikkelingen blijken dat het taakstellend budget overschreden wordt, dan dienen er beheersmaatregelen getroffen te worden (zoals besparen op andere kostenposten of zoeken van andere geldbronnen).

Status

Het project zit in de uitvoeringsfase en loopt tot en met 2021.

Eind 2013 is een motie door de Tweede Kamer aangenomen met als doel te zoeken naar meer draagvlak voor de plannen.

Met instemming van het Rijk (staatssecretaris Dijksma) heeft oud-minister Cees Veerman in juni 2014 geadviseerd het plan inhoudelijk bij te stellen (minder natte natuur). De (ruimtelijke) kaders (PKB, BP) en hoofddoelen blijven intact. Ook stelt hij voor een (nog in te stellen) gebiedscoöperatie het plan te laten uitvoeren. Zijn advies heeft breed draagvlak bij de betrokken overheden (inclusief gemeente). Het ligt in de rede dat aan de gebiedscoöperatie een taakstellend budget wordt meegegeven.