15. Onvoldoende middelen voor nazorg gesloten stortlocaties

15.

Onvoldoende middelen voor nazorg gesloten stortlocaties

Omschrijving

Met ingang van 1 april 1998 zijn provincies verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van provinciale stortplaatsen, waarop na 1 september 1996 nog afvalstoffen zijn of worden gestort. Het Fonds Nazorg gesloten stortlocaties is ingesteld voor het beheer van het vermogen, dat beschikbaar dient te zijn om de kosten van eeuwigdurende nazorg te dekken. Als een stortplaats zich nog in de exploitatiefase bevindt dan worden aan de exploitant heffingen opgelegd totdat het definitieve doelvermogen is bereikt. In deze fase loopt de provincie een debiteurenrisico (de exploitant is niet in staat om de opgelegde heffingen te betalen). Na sluiting van de stortplaats loopt de provincie het risico dat de nazorgkosten gedeeltelijk moeten worden betaald uit provinciale middelen door:

  • een afwijkende ontwikkeling van de rendementen, waardoor de heffingen te laag zijn en er onvoldoende vermogen wordt opgebouwd; periodiek laat Zuid-Holland onderzoeken of de rekenrente in lijn is met de feitelijke/verwachte vermogensontwikkeling (de rekenrente dient als basis voor de aan de exploitanten op te leggen heffingen);

  • technische onvolkomenheden als gevolg van falende voorzieningen;

  • een toe- of afname van de nazorgkosten als gevolg van prijsontwikkelingen en gewijzigde milieueisen.

Impact

Uit een eind 2012 uitgevoerde studie is gebleken dat de rendementsverwachting achterblijft bij eerdere ramingen. Op basis hiervan heeft het bestuur van het Fonds besloten de rekenrente te verlagen. Als gevolg van de lagere rekenrente zijn de doelvermogens gestegen. Deze stijging wordt voor nog niet overgedragen stortplaatsen bereikt door een verhoging van de heffingen (vastgelegd in de tarieventabellen die worden vastgesteld bij de begroting van het Fonds Nazorg) en voor de inmiddels aan de provincie overgedragen stortplaatsen door het treffen van een voorziening. Bij Jaarrekening 2014 zal de voorziening die getroffen is van € 7,9 mln, worden geactualiseerd.

De risico’s worden op deze wijze beheerst en de kans dat alsnog een beroep moet worden gedaan op de weerstandscapaciteit van de provincie wordt vooralsnog ingeschat als nihil.

Wel kan de provincie mogelijk een debiteurenrisico lopen als gevolg van de verhoging van de heffingen. De kans hierop wordt vooralsnog als nihil ingeschat. De maximale impact ten aanzien van de niet overgedragen stortplaatsen wordt ingeschat op € 18,5 mln (dit betreft een situatie waarin de provincie de financiële verantwoordelijkheid voor de exploitatie over zou moeten nemen).

Maatregelen

De genomen maatregelen zijn het treffen van een voorziening en het verhogen van de heffingen (zie impact). Daarnaast wordt het risico gemonitord door het periodiek onderzoeken van de langere termijn rendementsverwachting. Tot slot worden periodiek de nazorgplannen geactualiseerd met als doel te kunnen bepalen of het doelvermogen nog toereikend is. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om technische onvolkomenheden, prijsontwikkelingen of gewijzigde milieueisen. Actuele ontwikkelingen ten aanzien van de risico’s worden opgenomen in deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Status

Er is bestuurlijk overleg geweest over de aanpassing van de rekenrente. Enkele stortplaatsexploitanten hebben gebruikgemaakt van de juridische mogelijkheid om een bezwaar-/beroepsprocedure te starten tegen de opgelegde aanslag; deze procedure loopt.