14. Maatregelen Rijk in verband met EMU-tekort

14.

Maatregelen Rijk in verband met EMU-tekort

Omschrijving

Op grond van de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) dienen decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning te leveren aan de beheersing van het EMU-saldo. Dit saldo is het totaal aan inkomsten minus uitgaven van het Rijk, sociale fondsen en decentrale overheden tezamen. Bij een nadelig saldo wordt gesproken van een EMU-tekort.

Op Europees niveau geldt de afspraak dat lidstaten een EMU-tekort mogen hebben van 3% bbp. De wet HOF schrijft voor dat het Rijk een norm vaststelt voor het maximaal toegestane EMU-tekort van decentrale overheden (dit gebeurt altijd nadat het Rijk bestuurlijk overleg heeft gevoerd). Deze norm wordt uitgesplitst in een norm voor provincies gezamenlijk, gemeenten gezamenlijk en waterschappen gezamenlijk. Voor individuele decentrale overheden geldt een zogeheten individuele referentiewaarde voor hun maximale aandeel in het EMU-saldo.

Als decentrale overheden hun gezamenlijke norm overschrijden, dan kan het Rijk (als er meerjarig geen zicht is op verbetering) maatregelen treffen. Hierbij kan het gaan om het faseren van investeringen, maar ook (als ultimum remedium) het korten van de algemene uitkering van het Gemeente-/Provinciefonds (deze korting kan oplopen tot de omvang van de overschrijding). Een eventuele korting wordt door het Rijk maximaal vier jaar vastgehouden in een zogeheten renteloos depot en wordt weer teruggegeven als in een periode van drie jaar minstens twee jaar geen sprake is van overschrijding van de norm. Voordat het Rijk maatregelen treft zal eerst bestuurlijk overleg worden gevoerd met decentrale overheden.

Maatregelen kunnen generiek worden toegepast (dat wil zeggen: op alle decentrale overheden), dan wel specifiek (dat wil zeggen: gericht op één of meerdere decentrale overheden aan wie overschrijding van de norm te wijten is).

Impact

Vooralsnog is de impact nihil.

De minister van Financiën heeft in de Tweede en Eerste Kamer meerdere keren aangegeven dat de wet HOF niet ten koste zal gaan van investeringen door decentrale overheden. Daarbij komt dat Rijk en decentrale overheden hebben afgesproken dat er gedurende deze kabinetsperiode geen maatregelen getroffen zullen worden. Desondanks kunnen er op langere termijn problemen ontstaan. Als de huidige norm voor decentrale overheden (0,5% bbp) wordt aangescherpt, dan kan dat knellend gaan werken (het Rijk bepaalt in 2015 of het mogelijk en verantwoord is om de huidige norm aan te scherpen). Vanaf 2017 heeft een nieuw kabinet (op basis van de huidige afspraken) weer de mogelijkheid om maatregelen te nemen bij een overschrijding van de norm.

De financiële impact kan oplopen tot de omvang van de algemene uitkering (circa € 100,0 mln).

Maatregelen

De volgende maatregelen worden genomen om het risico te beheersen:

- in IPO-verband wordt samen met VNG en UvW opgetrokken richting het Rijk (hierbij gaat het om de wijze waarop het Rijk maatregelen treft bij overschrijdingen en de discussie over het al dan niet aanpassen van de normering voor decentrale overheden);

- in 2015 worden door provincies verschillende pilots uitgevoerd om te komen tot enerzijds een betere raming van het EMU-saldo en anderzijds monitoring van het saldo.

Status

Decentrale overheden verwachten in 2015 (op basis van de begrotingen 2014) tezamen binnen de EMU-normering te blijven. Zuid-Holland verwacht een EMU-tekort van - € 144,5 mln in 2015 en ‑ € 115,8 mln in 2016. Dat is een forse verbetering ten opzichte van de Begroting 2014 (toen werd er nog voor 2016 een tekort verwacht van - € 250,0 mln). Wel is het in deze begroting geraamde tekort nog wel hoger dan de huidige referentiewaarde van Zuid-Holland. De huidige referentiewaarde is - € 75,2 mln.