Bestuurlijke inleiding

Inleiding

Voor u ligt de vierde en laatste begroting van deze collegeperiode. In maart 2015 zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten, waarna een nieuw collegeprogramma wordt vastgesteld. Met de Begroting 2015 presenteren wij als bestuur van de provincie Zuid-Holland de uitwerking van de ambities in concrete en financiële keuzes voor 2015, met een doorkijk naar de jaren daarna.

In de Halfwegevaluatie bleek al dat Zuid-Holland grotendeels op koers ligt bij het realiseren van haar doelstellingen. Ook in het laatste jaar van deze collegeperiode blijven wij ons inzetten op het krachtig uitvoeren van onze kerntaken en de maatschappelijke opgaven uit het Hoofdlijnenakkoord waarvoor we gesteld staan: ruimte scheppen voor economische groei, forse verbetering van de mobiliteit, behoud en ontwikkeling van natuur en recreatie en een evenwichtige verdeling van de ruimte. In deze bestuurlijke inleiding wordt onze visie op een aantal relevante ontwikkelingen beschreven.

Versterking van de Zuid-Hollandse economie

Zuid-Holland is van groot belang voor de Nederlandse economie. 21% van het Bruto Nationaal Product wordt in Zuid-Holland verdiend. De provincie kent de grootste concentratie aan publieke onderzoeks- en ontwikkelcentra van Nederland. De kracht van Zuid-Holland is ook gelegen in de gediversifieerde economische structuur: het Havenindustrieel complex (mainport), de tuinbouw (Greenport), de kennisintensieve bedrijvigheid (Kennisas) en de hoogwaardige zakelijke dienstverlening (inclusief Den Haag stad van recht, vrede en veiligheid). De regio is strategisch gelegen in Europa met een welvarend en hoogopgeleide bevolking en uitstekende verbindingen met de rest van de wereld.

Hoewel Zuid-Holland rijk is aan kansen en mogelijkheden, heeft Zuid-Holland in de afgelopen jaren - net als de rest van Nederland - te maken met een negatieve economische groei. In het tweede kwartaal van 2014 is de Nederlandse economie echter met 0,5% gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. De woningmarkt begint zich te herstellen en hoewel de werkloosheid nog toeneemt, gebeurt dit minder snel dan in de afgelopen jaren. Hoewel de innovatiepotentie, mede door de aanwezigheid van kennisinstellingen en een hoog opgeleide beroepsbevolking groot is, blijft de feitelijke innovatie daarbij achter.

Vanuit haar verantwoordelijkheid voor het regionaal economisch beleid blijft de provincie inzetten op versterking van de economie en de concurrentiekracht. In de afgelopen jaren heeft de provincie een aanjagende en initiërende rol vervuld bij onder andere het opstellen van één gezamenlijke economische agenda voor de gehele Zuidvleugel en bijbehorend regionaal investeringsprogramma, de oprichting van de Regionale Ontwikkelings­maatschappij genaamd InnovationQuarter en de Economische Programmaraad Zuidvleugel. De Economische Programmaraad Zuidvleugel is het triple helix orgaan dat onderwijs, wetenschap, bedrijfsleven en overheid met elkaar verbindt en is de motor van de economische agenda Zuidvleugel en InnovationQuarter. De eerste successen van de provinciale aanpak zijn zichtbaar. Vernieuwende sectoren als life & health science, bio‑chemie en de campuslocaties in het bijzonder (Leiden Bioscience Park, Delft) ontwikkelen zich. Dit betekent meer werkgelegenheid en bedrijvigheid. Een andere mijlpaal is het SER-energieakkoord met verduurzamings­ambities waaraan Zuid-Holland een substantiële bijdrage levert door middel van onze plannen met betrekking tot windenergie en het warmtebureau.

Begin 2015 zullen de middelen beschikbaar komen die de EU in  de lopende budgetperiode 2014-2020 heeft gereserveerd voor regionale ontwikkeling. Met de Rijksoverheid en de steden Rotterdam en Den Haag overleggen wij over de meest effectieve inzet daarvan, gekoppeld aan beschikbare Rijksmiddelen. De provincie zal daarbij de nog beschikbare middelen uit het Hoofdlijnenakkoord, de programmareserves economie en de vrijvallende middelen overcommittering EFRO 2007-2013 als provinciale bijdrage inzetten. Op deze manier kunnen de krachten worden gebundeld om gericht de innovatie van de economie aan te jagen door kapitaalverstrekking, valorisatie en verduurzaming. Voorstellen zullen begin 2015 aan Provinciale Staten worden voorgelegd.

Het energieverbruik in Zuid-Holland is hoog vanwege haar grote bevolkingsdichtheid en de aanwezigheid van energie-intensieve industrie (chemie, Greenports en logistiek). Zuid-Holland is daardoor extra kwetsbaar voor de groeiende schaarste aan grondstoffen en de stijgende energieprijzen. Deze ontwikkelingen vormen de basis van een veranderingsproces naar een meer duurzame economie.

Het verduurzamen van de economie is zowel een uitdaging als een kans, omdat dit bijdraagt aan versterking van de concurrentiekracht van de regio.

Om de concurrentiekracht te vergroten zet de provincie ook in op voldoende aanbod van passende bedrijventerreinen. Dit doen wij door monitoring en begeleiding van de uitvoering van de herstructureringsopgave voor bedrijventerreinen door gemeenten. Daarnaast wordt in de Visie Ruimte en Mobiliteit ingezet op kwaliteit van werklocaties. In dat verband is het vermeldenswaardig dat de provincie streeft naar behoud en modernisering van het greenportareaal in de tuinbouwconcentratiegebieden. Een ander doel is het leegstandspercentage van kantoren in Zuid-Holland omlaag te krijgen tot een niveau dat gelijk is aan of lager is dan het landelijk gemiddelde percentage.

Door de achterblijvende economische groei hebben provincies minder middelen beschikbaar. Met minder middelen zal de provincie inzetten op continuering van de uitvoering van het MeerjarenProgramma infrastructuur om zodoende de mobiliteitsknelpunten aan te pakken. De afgelopen jaren heeft de provincie wel geïnvesteerd in deze opgave en zal dit ook in de komende jaren blijven doen. Een voorbeeld hiervan vormt de aanleg van de Rijnlandroute en de investeringen in het beheer en onderhoud van (vaar)wegen.

Ook voor de aanleg en bereikbaarheid van groengebieden was in deze collegeperiode minder geld beschikbaar als gevolg van forse rijksbezuinigingen. Desalniettemin zijn er mooie resultaten geboekt. Zo heeft de provincie nieuwe groengebieden aangelegd en is de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de recreatie- en natuurgebieden verbeterd. De provincie heeft verschillende kwaliteitsimpulsen gerealiseerd en blijft zich ook in de komende jaren inzetten met de € 100,0 mln die in het coalitieakkoord is bestemd voor het groen direct om de stad, de verbindingen tussen de steden en het landelijk gebied, het in balans brengen van doelen en middelen en het beheer en onderhoud van groengebieden. Daarnaast blijft de provincie uitvoering geven aan de Ecologische Hoofdstructuur waarin de prioriteit ligt bij de instandhouding van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water en investeert de provincie € 10,0 mln extra in de verbetering van de waterkwaliteit van de Grevelingen.

Een sterk lokaal bestuur

De economische situatie met een achterblijvende economische groei heeft niet alleen invloed op de provincie, maar ook op gemeenten. Hierdoor staan gemeenten voor meerdere uitdagingen. Er zijn minder financiële middelen beschikbaar. Dit - in combinatie met de problematiek van grondexploitaties - leidt mogelijk tot financiële risico’s voor gemeenten. De drie decentralisaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, participatie en jeugd, met ingang van 1 januari 2015, leiden tot taakverzwaring bij gemeenten en een verhoogd financieel risico. Vanuit haar financiële toezichtstaak houden Gedeputeerde Staten de ontwikkeling daarvan extra nauwlettend in de gaten.

Gedeputeerde Staten zien de intergemeentelijke/regionale samenwerking als een kans om de kwaliteit van het lokaal bestuur te versterken waardoor gemeenten alle uitdagingen beter kunnen realiseren. De provincie wil daarbij een actief ondersteunende en meedenkende rol vervullen. Waar gemeenten niet zelf het gesprek organiseren nodigt de provincie gemeenten daar uitdrukkelijk toe uit. De inzet van Gedeputeerde Staten differentieert per regio.

Andere rol provincie

Horizontalisering als gevolg van veranderende maatschappelijke verhoudingen leidt tot een vermindering van het primaat van de politiek. Voor de provincie betekent dit dat de ontwikkeling en uitvoering van beleid steeds meer plaatsvindt in netwerken. Zowel de verminderde financiële armslag als de veranderende maatschappij hebben ertoe geleid dat de provincie in de afgelopen jaren anders is gaan werken. Er wordt meer samengewerkt met partners en ingespeeld op maatschappelijke dynamiek, naast de regelende, ordenende en toezichthoudende rol die de provincie van oudsher heeft.

Die andere rol van de provincie is ook zichtbaar in de Visie Ruimte en Mobiliteit. Hoofddoel van de Visie Ruimte en Mobiliteit is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Met de vernieuwing van de sturingsfilosofie verandert het handelingsperspectief van de provincie. De kern daarvan is aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijventerreinen, kantoren, winkels en mobiliteit en allianties aangaan met maatschappelijke partners. Deze andere rol/manier van werken wordt de komende jaren voortgezet. Bijvoorbeeld in 2015 in de Agenda Ruimte. De Agenda Ruimte 2015 is erop gericht om maatschappelijke opgaven en kansen met impact op de leefomgeving te benoemen en uit te werken. Een werkwijze wordt ontwikkeld om deze opgaven samen met partners uit te voeren waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de toegevoegde waarde voor zowel de provincie als haar partners.

Ook op het gebied van groen en water wordt uitvoering gegeven aan de nieuwe rol van de provincie. De nieuwe rol van de provincie is minder gericht op het realiseren van losstaande sectorale projecten, maar meer op het verbinden van doelen en initiatieven van overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers tot samenhangende programma’s en projecten. Om betrokkenheid van burgers bij groengebieden te versterken wordt vanaf 2015 meer en gerichter aandacht besteed aan de inzet van vrijwilligers bij aanleg en onderhoud.

Ook de relatie tussen de provincie en de waterschappen is veranderd, waarbij het zwaartepunt is verschoven van toezicht naar samenwerking. De investerings- en uitvoeringskracht van de waterschappen zal de komende jaren nog beter worden verbonden met de provinciale opgaven.

Een ander voorbeeld van de wijze waarop de provincie inspeelt op de veranderende maatschappelijke dynamiek vormt de provinciale inzet voor het behoud en de benutting van het cultureel erfgoed. Via de Erfgoedlijnen wordt ingespeeld op initiatieven vanuit de samenleving en wordt samen met belanghebbenden uitvoering gegeven aan gemeenschappelijke doelen. Hieronder vallen de monumenten, zoals molens en landgoederen, monumentale complexen zoals Kinderdijk, de Limes en de Hollandse Waterlinies en landschappen.

Financiële ontwikkelingen

In het kielzog van het Eurogebied klimt de Nederlandse economie uit het dal met een verwachte groei (volgens het CPB) van 1,25% BBP in 2015. Deze groei wordt grotendeels gedreven door een toename van de uitvoer. De bijdrage van bin­nen­landse factoren neemt toe, vooral vanuit de investeringen. De inflatie is laag, waardoor de reële lonen in 2015 voor­zich­tig toe­nemen. Het Kabinet zet voor de tweede helft van hun regeerperiode in op banengroei, daling van de werkloosheid en verbetering van het overheidstekort naar 2,1% BBP in 2015. Dit is on­der de Europese begrotingsnorm van 3%. Bij deze cijfers gaat het Rijk uit van een afnemend EMU-tekort bij decen­tra­le over­he­den. Het afnemend overheidstekort komt door de aantrekkende economie (wat leidt tot meer belastingopbreng­sten) en de ef­fecten van eerdere ‘tekort reducerende maatregelen’ van het Kabinet.

Het herstel van de economie is nog zeer kwetsbaar. Dit komt vooral door de afhankelijkheid van de ontwikkeling van de wereldeco­no­mie. Het herstel van het Eurogebied blijft achter bij dat van andere ‘geavanceerde economieën’ en het herstel van Nederland bij dat van het Eurogebied. Het IMF geeft evenals het CPB positieve signalen af over de ont­wikkeling van de economie, maar waarschuwt eveneens voor het risico van een terugval. Met andere woorden: er lijkt sprake te zijn van herstel, maar er moeten nog vele slagen om de arm wor­den gehouden.

Naast de landelijke economische en financiële ontwikkelingen is ook binnen de provincie Zuid-Holland doorgewerkt aan het verder op orde brengen van financiën. In het afgelopen jaar is er in het bijzonder hard gewerkt aan het beter inzichtelijk krijgen van de langjarige kapitaal- en beheerslasten, inclusief de daarbij behorende langjarige dekking. Hoewel verdere verbeteringen in de toekomst mogelijk en nodig zullen blijven, is hiermee wel een nog meer solide financieel fundament gelegd onder de huidige en toekomstige ambities van de provincie Zuid-Holland.

Voor de Begroting 2015 betekent dit dat er geen aanvullende bezuinigingsmaatregelen zijn opgenomen. De begroting is in evenwicht en verhoging van de belastingtarieven blijkt voor het zesde achtereenvolgende jaar niet nodig. Aangezien de economische situatie nog niet geheel stabiel is, is in de begroting bij de belangrijkste inkomstenposten (opcenten Motorrijtuigenbelasting en de algemene uitkering uit het Provinciefonds) rekening gehouden met behoedzaamheidsmarges.

Het meerjarenperspectief 2016-2018 laat een oplopende financiële ruimte zien van € 19,3 mln in 2016 tot € 33,8 mln in 2018. Dit betreft incidentele ruimte. In latere jaren is deze ruimte nodig ter dekking van de kapitaal- en beheerlasten.

Voor u ligt de Voorjaarsnota 2015. Deze bestuurlijke inleiding geeft u handvatten om deze snel te doorgronden.

De Voorjaarsnota is een 'herijking' van de primaire begroting op basis van (recente) ontwikkelingen en de Jaarstukken 2014 en gaat over afwijkingen op doelniveau. Deze afwijkingen zijn voornamelijk financieel van aard, en hebben een enkele keer betrekking op indicatoren.

Het document bestaat uit drie delen:

  1. de samenvatting met de bestuurlijke inleiding en het budgettair kader met aandacht voor de beleidsmatige wijzigingen, de financiële ruimte (Algemene Middelen), het beklemde budget uit de Jaarrekening 2014 en een actualisatie van het financiële perspectief van de Begroting 2015;

  2. de programma's en de paragraaf Bedrijfsvoering, met per programma of paragraaf de financiële afwijkingen en afwijkingen op indicatoren;

  3. de bijstellingen van investeringskredieten, voor zover deze betrekking hebben op 2015.

In deze Voorjaarsnota wordt de Begroting 2015 geactualiseerd en bijgestuurd om de vastgestelde doelen te bereiken. De Voorjaarsnota is een rapportage op afwijkingen. Een volledig beeld wordt gegeven bij begroting en jaarrekening. De bijstelling op indicatoren is dit jaar minimaal en betreft beperkte aanpassing van streefwaarden bij diverse doelen. De bijstelling op financiën is verdeeld over de programma's, en zijn globaal toegelicht in het Budgettair Kader (zie volgend hoofdstuk) en meer uitgebreid in de programma's.

De financiële gevolgen uit de September- en Decembercirculaire worden bij Voorjaarsnota verwerkt, omdat deze gezien het moment van verschijnen niet bij Najaarsnota verwerkt kunnen worden. In deze circulaires bericht het Rijk over ontwikkelingen van het Provinciefonds, inclusief decentralisatieuitkeringen. De decentralisatieuitkeringen hebben invloed op de beleidsmatige programma's (vooral programma 1 en 2). De algemene ontwikkeling van het Provinciefonds is toegelicht bij programma 6 en de paragraaf Bedrijfsvoering.

Daarnaast wordt het beklemde deel van het rekeningresultaat 2014 bij Voorjaarsnota bestemd. Tenslotte worden in de Voorjaarsnota de kapitaallasten herberekend, op basis van de activering van investeringskredieten in 2014.

Ondanks het beleidsarme karakter van deze Voorjaarsnota nog twee van belang zijnde ontwikkelingen in deze inleiding: de uitvoering van de Participatiewet en de uitvoering van de Nota Investeringen Waarderingen en Afschrijvingen.

 

Uitvoering Participatiewet

Met ingang van 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet regelt onder andere het vergroten van de arbeidsparticipatie van bepaalde groepen mensen die als gevolg van een arbeidsbeperking moeilijk aan het werk komen. Het betreft voornamelijk mensen met een Wajong-uitkering met arbeidsvermogen.

In dat kader heeft de provincie Zuid-Holland toegezegd in 2015 7 banen te creëren voor de doelgroep (één baan is 25,5 verloonde uren per week). In de komende jaren zal dit aantal toenemen. In deze Voorjaarsnota wordt hier een budget voor aangevraagd.

 

Investeringen

In 2014 hebben Provinciale Staten (PS) de herziene Nota Investeringen Waarderingen en Afschrijvingen (IWA) 2014 vastgesteld. Hiermee is een nieuw systeem in werking getreden voor de investeringskredieten:

  • de regels voor het wel/niet activeren en de afschrijvingstermijnen zijn verduidelijkt;

  • de activering gaat nu per projectfase in, op het moment van gereedmelding;

  • de communicatie gaat nu over de totale investeringskredieten per projectfase (voorbereiding en uitvoering) en het jaar van gereedmelding, in plaats van jaarbudgetten.

Vorig jaar is de overgang naar meerjarige investeringskredieten verwerkt met de Verzamelwijziging 2014. PS hebben deze in november 2014 vastgesteld. Met deze verzamelwijziging zijn investeringskredieten voor 2014 en latere jaren inzichtelijk gemaakt en zijn er meerjarige investeringskredieten vrijgegeven, zodat de desbetreffende projecten kunnen worden uitgevoerd. Hierbij is een disclaimer opgenomen dat het overzicht nog niet volledig zou kunnen zijn en dat bij Voorjaarsnota 2015 eventuele wijzigingen zullen worden opgenomen die voortvloeien uit het nalopen van de inventarisatie van kredieten en de doorlichting MPI.

De inventarisatie van de kredieten en de doorlichting van het MPI zijn alleen nog niet afgerond. Wijzigingen van investeringskredieten die betrekking hebben op 2016 en latere jaren worden verwerkt in de Begroting 2016. De bijstellingen in deze Voorjaarsnota beperken zich tot 2015.

In deze Voorjaarsnota zijn de investeringskredieten 2015 ten opzichte van de Verzamelwijziging 2014 opgenomen, voor programma 2 Mobiliteit en Milieu en voor de paragraaf Bedrijfsvoering (Huisvesting en Informatisering & Automatisering). De volgende wijzigingen komen voor:

  • omwisseling tussen exploitatie- en investeringsbudgetten, bijvoorbeeld als BBV voorschrijft dat bepaalde projecten wel of niet te activeren zijn, of andere mengpercentages (tussen exploitatie en investering) van toepassing zijn;

  • doorschuiven van het jaar van activering, van 2014 naar 2015, of van 2015 naar verder;

  • aanpassen van investeringsbudgetten voor projecten die in 2015 worden geactiveerd;

  • aanvragen van nieuwe (voorbereidings- of uitvoerings) kredieten die in 2015 worden geactiveerd.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2015.

 

 

Slimmer, schoner, sterker

Met de jaarrekening over 2015 legt het bestuur van de provincie Zuid-Holland verantwoording af over het begrotingsjaar waarin het huidige college van Gedeputeerde Staten aantrad. Dit college is sinds mei 2015 voortvarend aan de slag gegaan met de opgaven en kansen uit het Hoofdlijnenakkoord 2015-2019: in een open houding samen met andere partners werken aan een slimmer, schoner en sterker Zuid-Holland op het schaalniveau dat het meest effectief is en op basis van geboden energie, investeringskracht en draagvlak.

De jaarrekening over 2015 gaat ook over een deel van de vorige collegeperiode. Een college dat als motto had: Zuid-Holland verbindt en geeft ruimte. Er is een aantal succesvolle opgaven via een open en transparante bestuursstijl en in nauwe samenwerking met de omgeving gerealiseerd. De Visie ruimte en mobiliteit is daarvan een mooi voorbeeld. Andere aansprekende voorbeelden van intensieve samenwerking met maatschappelijke partners zijn de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de realisatie van de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter. Opgaven worden meer en meer in en via netwerken gerealiseerd. De provincie heeft sterk ingezet op deze manier van werken. Zo heeft Heineken samen met de provincie en het kennisinstituut Alterra het project Groene Cirkels opgezet. Een volgend voorbeeld biedt Buytenhout, een keten van parken gelegen in Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Delft. Hier is met bestaande en nieuwe partijen een innovatieve manier van groenbeheer ontwikkeld. Ook hebben Gedeputeerde Staten in de vorige collegeperiode veel tijd gestoken in het inzichtelijk maken van de kosten van nieuwbouw, beheer en onderhoud van infrastructuur. In eigen huis veranderde er ook het nodige. De doelstellingen om structureel € 20 miljoen te bezuinigen zijn in 2015 gehaald: € 10 miljoen op personeel en organisatie en € 10 miljoen op externe inhuur. Dankzij het programma Focus met ambitie is het gelukt om de organisatie verder te laten meegroeien met de omgeving.

Gedeputeerde Staten zetten de succesvolle beleidslijnen die het vorige college heeft ingezet door. Voorbeelden zijn de regietafels groen, de economische samenwerking in de Zuidelijke Randstad, het erfgoedbeleid en het beleid gericht op een schone en veilige samenleving.

Met het Hoofdlijnenakkoord 2015-2019 zetten Gedeputeerde Staten in op een slimmer, schoner en sterker Zuid-Holland. De maatschappelijke opgaven staan daarin centraal en Gedeputeerde Staten kijken naar de toegevoegde waarde die zij, vanuit de kerntaken, kunnen leveren. Bij het uitwerken van de opgaven wil de provincie een proeftuin zijn waar oplossingen worden bedacht en ontwikkeld en vernieuwing wordt gestimuleerd, zoals bij de weg van de energietransitie N211/N470. Verder wil zij een brug slaan tussen overheden en samenleving, tussen stad en land en tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven. Deze verbindende rol komt bijvoorbeeld tot uiting bij het opstellen van de energieagenda, de aanpak van de implementatie van de Omgevingswet en het opstellen van een veenbodemdalingsprogramma. De maatschappelijke dynamiek creëert nieuwe opgaven zoals de vluchtelingencrisis die in 2015 een grote omvang heeft gekregen. De uitdaging is om vanuit toegevoegde waarde bij te dragen aan het oplossen van dit actuele vraagstuk. De provincie helpt gemeenten bij het huisvesten van statushouders.

Deze inleiding geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten en acties waarop de inzet van Gedeputeerde Staten zich in 2015 heeft gericht.


Voor een aantrekkelijk en concurrerend Zuid-Holland

Om het huidige welvaartsniveau en leefmilieu te behouden vragen Gedeputeerde Staten gemeenten, waterschappen, bedrijven, inwoners en kennisinstellingen om de energietransitie samen met de provincie te versnellen. Zij hebben daartoe eind 2015 een aanpak voor een energieagenda opgesteld. Verder zijn Gedeputeerde Staten gestart met een verkenning naar een revolverend energiefonds van €100 miljoen voor leningen die in principe worden terugbetaald.

Daarnaast heeft de provincie om slimmer, schoner en sterker te kunnen worden innovaties nodig. Samen met rijk, provincies en het midden- en kleinbedrijf (MKB) hebben Gedeputeerde Staten in 2015 uitvoering gegeven aan de 'Samenwerkingsagenda Gezamenlijke MKB innovatieondersteuning'. Daarnaast is in 2015 gestart met een regionale investeringsstrategie samen met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het Economisch Platform Zuidvleugel. Deze partners brengen de voorgenomen investeringen in de regio in kaart. Dit moet leiden tot pakketten aan investeringen voor de versterking van de economische structuur. Om het tuinbouwcluster te versterken geeft de provincie leiding aan het samenwerkingsverband Greenport Westland Oostland (GPWO) om samen met andere overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen een gezamenlijke uitvoeringsagenda uit te werken. De kiem voor deze samenwerking is in 2015 gelegd.

Om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2018 is medio 2015 gestart met een programmatische aanpak van het voorbereidingstraject voor de implementatie van de wet. De Omgevingswet vraagt om een andere denk- en werkwijze. Integraal werken, vroegtijdig met betrokkenen aan tafel en werken vanuit vertrouwen. Gedeputeerde Staten hebben in 2015 onderzocht wat nodig is om met de bestaande beleidsproducten te voldoen aan de Omgevingswet.

Het succesvolle cultureel erfgoedbeleid is in 2015 voortgezet en wordt met € 1,5 miljoen per jaar versterkt. Zo hebben Gedeputeerde Staten in 2015 de erfgoedlijnen kunnen uitbreiden met de Delflandse Vaarten en is gestart met het maken van een kwaliteitsslag. De samenwerking met rijk en gemeenten op gebied van archeologie is aanmerkelijk geïntensiveerd en dat is nodig om de kwaliteit van het onderzoek en vooral ook het publieksbereik te verbeteren. Gedeputeerde Staten hebben de Provinciale Onderzoeksagenda, die daarbij leidend is, eind 2015 geactualiseerd.


Voor een groen, waterrijk en schoon Zuid-Holland

Om ervoor te zorgen dat Zuid-Holland een groene provincie blijft, bevorderen Gedeputeerde Staten de diversiteit aan planten en dieren en groen. Met de voorbereiding van de uitvoering van drie projecten in de Krimpenerwaard in 2015 komen er in 2016 479 hectare nieuwe natuur bij het natuurnetwerk in Zuid-Holland. Met de regio Krimpenerwaard hebben Gedeputeerde Staten in 2015 een uitvoeringsovereenkomst opgesteld die in 2016 ondertekend wordt. Voor de meeste Natura 2000 gebieden hebben Gedeputeerde Staten in 2015 een Natura 2000 beheerplan vastgesteld. Ook is het PAS-programma in 2015 vastgesteld. Dit borgt dat de Natura 2000 doelen gehaald worden en dat de vergunningverlening voor de Natuurbeschermingswet met minder administratieve lasten verloopt. Vanwege het belang van het Groene Hart in de Provincie Zuid-Holland heeft men in de Stuurgroep Groene Hart de ambitie om te komen tot een gebiedsvisie.

Gedeputeerde Staten hebben in 2015 bepaald om met een veenbodemdalingsprogramma de maatschappelijke opgave bodemdaling onder de aandacht en in beweging te brengen. Zij leggen hierbij de focus op actuele aandachts- of knikpuntgebieden. Het omgaan met bodemdaling gaat over het toekomstgericht bewonen, bewerken, gebruiken van de gebieden met nu slappe veenbodems. Aansluiting bij (kennis)netwerken en bij de beleving van bewoners en ondernemers is een belangrijk uitgangspunt in de aanpak. De veenbodemdalingseffecten vergen een integrale (gebieds)aanpak.

Om in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering voor waterveiligheid en wateroverlast heeft de provincie in 2015 € 4 miljoen Europese cofinanciering aangevraagd bij het North sea region programma voor een project rond meerlaagse veiligheid en waterrobuuste inrichting van overstromingsgevoelige gebieden. Aan het project zullen zeventien partners uit vijf landen meedoen. De provincie is leadpartner.

Daarnaast zetten Gedeputeerde Staten in op een schone binnenvaart. Vanaf 1 januari 2015 geldt een verbod op het varend ontgassen van benzeen, per 1 januari 2016 geldt het verbod ook voor benzeenhoudende producten. Eind september 2015 is een aanvraag ingediend bij het Europees subsidiefonds LIFE voor de uitvoering van het Europees project Clean Inland Shipping. De provincie is leadpartner van dit project en zet zich samen met andere partijen in om de luchtkwaliteit in stedelijke gebieden te verbeteren door het sneller terugbrengen van de uitstoot door de binnenvaart.


Voor een bereikbaar en verbonden Zuid-Holland

Een optimaal functionerende infrastructuur met uitstekend bereikbare knooppunten vormt de slagader van onze economie. Een mijlpaal is de openstelling van de A4 Delft-Schiedam eind 2015, een belangrijke schakel in de ambitie van Zuid-Holland om de best bereikbare provincie te worden. Voor de realisatie van de RijnlandRoute zijn in goede samenwerking met Rijkswaterstaat in 2015 belangrijke stappen gezet. Een daarvan is de start van de openbare aanbesteding in december 2015.

Voortbordurend op de vorige periode geven Gedeputeerde Staten met het in 2015 vastgestelde Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur 2016-2045 een samenhangend beeld van projecten voor verbetering van bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefomgevingskwaliteit en van de daaruit voortvloeiende uitgaven voor de komende 30 jaar. Uitgangspunt is: eerst kijken naar beter benutten van de bestaande infrastructuur en pas daarna zoeken naar het verbeteren of vernieuwen van de infrastructuur. Dit is nodig omdat de structurele lasten voor beheer en aanleg van de Zuid-Hollandse infrastructuur oplopen en het beschikbare budget beperkt is.

Gedeputeerde Staten hebben zich ook in 2015 ingezet voor een samenhangend, toegankelijk en veilig OV-systeem. In 2015 is de openbaar vervoerconcessie in de Hoeksche Waard / Goeree-Overflakkee succesvol aanbesteed. Uitgangspunt is meer aansluiting op de maatschappelijke vraag. Daarnaast hebben zij op diverse manieren gezocht naar verbeteringen in het systeem. De verdere uitrol van R-net, de pilot Waterbus en de pilot kleinschalig openbaar vervoer op Goeree-Overflakkee zijn hier voorbeelden van. Verder is op het gebied van verkeer en vervoer nauw samengewerkt met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Versterken van het goederenvervoer over water maakt de provincie Zuid-Holland schoner, economisch sterker en logistiek slimmer. Dit doen Gedeputeerde Staten samen met partners, want vervoer over water moet een integraal onderdeel van de logistieke keten zijn. De provincie investeert in verbetering van vaarwegen bijvoorbeeld door ze diep genoeg te maken voor vrachtschepen en te zorgen voor genoeg ligplaatsen.


Voor een goed bestuur, gezonde financiën en toekomstbestendige organisatie

De bestuurlijke inrichting van de provincie dient voldoende krachtig en ondersteunend te zijn aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. Met dit uitgangspunt hebben Gedeputeerde Staten eind 2015 de notitie Slimmer en Sterker Bestuur in Zuid-Holland opgesteld. Er is in 2015 gestart met trajecten die in de Hoeksche Waard en Alblasserwaard-Vijfheerenlanden leiden tot Arhi-procedures in 2016. De gemeenten in Zuid-Holland werken samen in regio's. De provincie heeft met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) afgesproken om de samenwerking verder te intensiveren. Zo zijn er acht samenwerkingsprojecten benoemd die versneld worden uitgevoerd. Daarbij zetten provincie en MRDH onder meer in op een volledige viersporige verbinding tussen Rotterdam en Den Haag. Ook wordt gewerkt aan een kaart waarmee toeristen door de provincie kunnen reizen. Gedeputeerde Staten hebben in 2015 commitment uitgesproken om de World Expo in 2025 naar Rotterdam te halen. Dit evenement zorgt voor een verdere versterking en binding in deze regio en de bredere regio van de Zuidelijke Randstad. Provincie en MRDH werken daarnaast voortvarend aan de invulling om de vervoersautoriteit nader vorm geven.

De provincie wil transparant zijn in haar handelen. Bij het transparant maken van de provincie moet openheid de norm worden. Met de lancering van waarstaatjeprovincie.nl is in 2015 een eerste stap gezet in het transparant maken van beleidsindicatoren gebaseerd op de kerntaken van de provincies.

De open bestuursstijl van Gedeputeerde Staten stelt eisen aan de mate van flexibiliteit en snelheid van de organisatie. De complexiteit van en samenhang tussen opgaven vragen om een integrale aanpak met een horizontale netwerkorganisatie. Met de koers Opgavegericht werken vanuit toegevoegde waarde heeft de provinciale organisatie hieraan in 2015 eerste richting en betekenis gegeven .

Het jaar 2015 is afgesloten met een voordelig resultaat van € 37,8 mln. Dit is nagenoeg geheel het gevolg van exogene factoren, zoals vertragingen in de uitvoering, bijdragen van het Rijk die na de Najaarsnota bekend zijn geworden en minder subsidieaanvragen. Het financieel beeld geeft een toelichting op de totstandkoming van het resultaat en de bestemming hiervan.

Het bovenstaande geeft aan dat de provincie in 2015 samen met partners binnen en buiten Zuid-Holland en met een uitgestoken hand naar medeoverheden en de samenleving de eerste stappen heeft gezet voor een slimmer, schoner en sterker Zuid-Holland.